Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd mijn vermoeden dat aldaar was ingebroken bevestigd. Het geheele kantoor scheen doorzocht, terwijl kasten en laden openstonden. Een aldaar aanwezig schrijfbureau was door verbreking van het slot

opengemaakt, waaruit volgens genoemden een

zwart leeren portefeuille waarin zich twee bankbiljetten van tien gulden bevonden, was verdwenen, terwijl mede een vierkant cartonnen doosje, inhoudende eenige postzegels, werd vermist.

De brandkast, waarin een aanzienlijk bedrag aan geld en andere waarden aanwezig was, was onbeschadigd.

Bij het onderzoek bleek, dat de inbreker(s) zich bij den diefstal van kaarslicht moet(en) hebben bediend, althans dat op verschillende plaatsen op den vloer van dat kantoor vlekken van kaarsvet aanwezig waren.

Voorts dat men zich toegang tot dat gebouw heeft verschaft door het uitsnijden van een glasruit, waarna door de aldus verkregen opening waarschijnlijk de van binnen op dat raam gestoken pennen zijn verwijderd en het raam opengemaakt. Overigens waren, met uitzondering van het opengebroken schrijfbureau, geen sporen van braak aanwezig.

In meergenoemd schrijfbureau werd door mij de punt van een afgebroken beitel gevonden, met welk voorwerp dit blijkbaar is opengemaakt, en dat daarbij is afgebroken. Het afgebroken stuk beitel bleek bij onderzoek te passen in de versche indrukken in het bureau aanwezig, ter plaatse waar dit was opengebroken. Ik heb dit in beslag genomen, terwijl ik den eigenaar heb verzocht het schrijfbureau voorloopig te laten in den door mij bevonden toestand.

Laatstbedoelde verklaarde mij nog op niemand verdenking te hebben. Van de beide ontvreemde bankbiljetten wist hij geen nadere aanduiding te geven, daar hij daarvan de letters noch de nummers wist.

Het voorloopig ingesteld onderzoek leidde niet tot eenig spoor van de(n) dader(s).

. . . . den . . , . 19 . .

(Qualiteit).

(Handteekening).

Sluiten