Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dei militaire verplichtingen — zij onder art. 2 vallen en als hinderlijk zullen worden beschouwd.

Op het feit, dat zij minder of geen dienstplichten te vervullen hebben mogen zij zich niet beroemen.

Ik meen dat (leze uitlating over de strekking van het tractaat vooi de praktijk van niet geringe beteekenis kan zijn voor velen onzer landgenooten.

Ik stel dit geval: een Xederlaiulsch werkman komt zich over de grenzen in Duitschland vestigen en biedt zich bij een patroon als werkman aan. Hij wijst er den patroon op, dat hij dezen goed van dienst zal kunnen zijn, omdat hij in Nederland minder militaire diensten te vervullen heeft dan zijn Duitsche kameraden in Duitschland. Hij onttrekt zich niet aan zijn militaire plichten, maar hij stelt in het licht, dat die niet zoo zwaar zijn als de Duitsche. Hij zal dat natuurlijk niet nalaten, want hij wenscht geplaatst te worden, en de redenen te doen gelden die hem de voorkeur kunnen bezorgen boven anderen. Indien hij dat nu doet. zal hij dan geacht worden zich te hebben beroemd op zijn meer bevoorrechte positie ten aanzien der militaire verplichtingen?

Kan de Minister de verzekering geven, dat de uitdrukking van zich te beroemen, niet op clie wijze zal worden uitgelegd, maar dat, zij eenvoudig de beteekenis zal hebben van bluffen, van vergelijkingen uit te lokken bij aanraking met Duitsche werklieden en daardoor die werklieden ontevreden te maken met hun eigen militaire verplichtingen; alzoo de beteekenis van zekere opruiing, en niet, zooals ik geloof, dat hier dikwijls zal voorkomen, het zich' beroepen op de meer gunstige positie waarin de Nederlander verkeert, ten einde werk te bekomen.

Het komt mij voor, dat dit een punt is dat waarlijk van belang is en waaromtrent ik gaarne een nadere verklaring van den Minister zal vernemen.

De heer Schaper: Mijnheer de Voorzitter! Alhoewel willende aannemen dat waarschijnlijk, zooals het in de stukken heet: ,,van onze zijde zooveel is verkregen als men van Duitsche zijde heeft meenen te kunnen toestaan" en ook, dat eenige voordeelen door dit vestigingsverdrag zijn bedongen, zien wij ons toch verplicht, alle verantwoordelijkheid van de totstandkoming van dit verdrag van ons te werpen. Komt er stemming over dit ontwerp, dan zullen wij onze stem daartegen uitbrengen en wel hierom, omdat Xedeiiand zich er mede voor een aanmerkelijk deel aanpast aan de Duitsche politietoestanden. die met dit verdrag van onzentwege als het ware worden gesanctionneerd. Vooral geldt dit ten aanzien van de militie-aangelegenheden en de vereischten in verband met de nationaliteitsbewijzen. En vooral waar in de Memorie van Antwoord de wederzijdsche bepalingen worden verdedigd en het wordt voorgesteld alsol ,,voor onze landgenooten ruimschoots bereikt is al wat in redelijkheid kan worden gewenscht", daar aarzelen wij de gevolgen mede voor onze rekening te nemen, opdat mogelijke willekeurige handelingen van Duitsche zijde, op grond

Sluiten