Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt tot u, zachtmoedig en gezeten op eene ezelin." En dit werd nu volbracht. Hun Koning was gekomen, doch in diepe vernedering, zachtmoedig en gezeten óp een ezelin.

Groot was de toejuiching van het volk dat met Jezus was. Het was een schaar van menschen. Sommigen zijn Hem voorgegaan, anderen zijn Hem gevolgd, allen hebben uitgeroepen, " Hosanna den Zone Davids ! Gezegend is Hij Die komt in den Naam des Heeren. Hosanna in de hoogste hemelen." Wij zingen dit ook. Wij zingen lofzangen aan den Zoon van David, maar wij weten dat Hij is ook de Zoon van God. Wij zingen, "Gij zijt de Koning der eere, o Christus; Gij zijt de eeuwige Zoon van den Vader." Wij zingen dit dikwijls met onze lippen, en wij behooren te trachten dit van harte te meenen.

De menschen binnen Jeruzalem werden verstomd over deze optocht. "Wie is deze?" vraagden zij. En de menschen rondom Jezus hebben geantwoord : " Deze is Jezus de Profeet van Nazaret in Galilea." Ja, Hij was de Profeet, meerder dan eenig ander profeet; en wij belijden dezelfde waarheid wanneer wij zeggen, " Ik geloof in Jezus Christus," want Christus beteekent de Gezalfde —gezalfd tot Profeet, Priester, Koning.

Bij den Tempel is onze Heer afgeklommen van de ezelin. Ach, wat heeft Hij daar gezien ? was het menschen God aanbiddende ? Neen, het was iets dat Hem zeer bedroefd en toornig gemaakt heeft,—Zijns Vaders Huis gebruikt voor gewone zaken, menschen daar verkoopende en koopende de dieren die zij noodig hadden tot slachtoffers ! Was dit niet een treurig breken van het derde Gebod? "Gij zult den Naam des Heeren uws Gods niet ijdelijk gebruiken." Gods Naam bevat alles wat aan God gewijd is : Zijn Huis, want Hij heeft Zijn Naam daarop gezet, en heeft het apart gezet voor Zichzelven en Zijn dienst. Deze menschen waren dan niet

Sluiten