Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doop door een Stem, welke zeide, " Dit is Mijn geliefde Zoon in Welken Ik Mijn welbehagen heb."

" Zoo iemand Mijn woord zal bewaard hebben," zeide onze Heer, "die zal den dood niet zien in der eeuwigheid." Hij spreekt hier niet van den dood van ons lichaam, de scheiding van ziel en lichaam, maar van den eeuwigen dood, dat is, de scheiding van onze ziel en God, welke teweeg gebracht wordt door de zonde. Abraham en de Profeten hadden den dood van hunne lichamen ondergaan: hunne lichamen zijn in hunne graven, maar hunne zielen zijn in het Paradijs. Die het Woord des Heeren bewaren, zullen nimmer den eeuwigen dood smaken. Een ware kennis van God wordt betoond door gehoorzaamheid aan Gods Wil. De Joden hadden een soort kennis van God : zij hebben Hem gekend als den God van Abraham, Izak, en Jakob: zij hebben Hem niet gekend in Zijn volheid, en als ons verzoenende met Zichzelven: zij hebben Hem niet gekend door Zijn nieuwen Naam van Vader, Zoon, en Heiligen Geest. Kennis, liefde, en gehoorzaamheid kunnen niet van elkander gescheiden worden: het bewijs van een ware kennis van God is het onderhouden van Zijne Geboden: zoo ook is een liefdevolle gehoorzaamheid een hulp tot meerder kennis.

Wij zien in het gedrag van deze ongeloovige Joden een waarschuwing tegen den afdalenden koers van alle zondaars. Vooreerst hebben zij hun hart verhard : daarna, hebben zij den Heer met hun tong beleedigd, bespot, en gelasterd: eindelijk hebben zij met hunne handen steenen opgenomen " dat zij ze op Hem wierpen." Als wij niet slechte gedachten uit onze harten werpen, zullen wij gewisselijk voortgaan om slechte woorden te zeggen, en slechte daden te doen. Zij worden te vergeefs woedend tegen Hem : Hij zou niet sterven door steenigen; Zijn Wil was, dat Hij op het Kruis zou verhoogd worden : en Zijn uur was nog niet gekomen. Als Mensch heeft

Sluiten