Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de visschen zijn weggeraakt. Dit wonderwerk heeft de Goddelijkheid van onzen Heer zoo levendig vóór het gemoed van S. Petrus gebracht, dat een groote vrees hem vervuld heeft; hij gevoelde zich een zondig mensch, niet waardig om in de tegenwoordigheid van God te staan; hij wierp zich "aan de knieën van Jezus, zeggende, Heer, ga uit van mij, want ik ben een zondig mensch." Maar Jezus is niet uit zijn schuit, en van hem, weggegaan. God zal nooit een mensch verlaten die spijt heeft over zijn zonden en ootmoedig is gelijk Simon Petrus.

" En Jezus zeide tot Simon : vrees niet; van nu aan zult gij menschen vangen." Deze woorden wijzen ons dat dit wonderwerk ook een gelijkenis was, en had een diepe leerzame beteekenis. De zee staat voor de wereld : de schuit voor de Kerk: de visschen voor menschen, mannen, vrouwen, en kinderen : het net voor het preken en den Heiligen Doop : de visschers voor de Leeraars van de Kerk, namelijk, Bisschoppen, Priesters, en Diakenen. Christus, het Hoofd van Zijn Kerk, is in Zijn Kerk, en Hij gebiedt deze Leeraars menschen met het net te vangen, menschen in de Kerk te trekken uit het verderf van de baren van deze wereld, door het Woord en den Heiligen Doop. Maar sommige menschen weigeren in te komen en raken weg. Evenwel, door vermoeidheid en teleurstelling, werpt de Kerk nog het net uit op het woord van haar Heer,—haar Sacramenten, haar Diensten, haar prediking,—en vangt een groote menigte, goed en slecht: totdat de Kerk in gevaar raakt door het aantal van zoogenaamde leden, die zich Christenen heeten maar zijn die niet in der waarheid. Zij veroorzaken moeilijkheid, en brengen gevaar en schande over de Kerk : want zij dragen den naam maar onderwerpen zich niet aan de tucht van Christus. Het schip wil bijna zinken; maar, hoe hoog het gevaar en hoe groot de schande, Christus is in Zijn Kerk, en geen schip-

Sluiten