Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE NEGENDE ZONDAG NA DRIEËENHEID.

"Dewijl wij de overleggingen ter neder werpen, ... en alle gedachte gevangen leiden tot de gehoorzaamheid van christus." —2 Korinthe x. 5.

" Mijn Plicht jegens mijn naaste is . . . oprecht en rechtvaardig te zijn in al mijn handelingen, ... te leeren en te arbeiden om mijn eigen brood te verdienen, en mijn plicht te vervullen in dien levensstand waarin het Gode behagen zal mij te plaatsen."

Verleden Zondag werden wij geleerd dat goede vruchten gevonden worden alleen aan goede vruchtboomen. Wij kunnen niet verwachten goede vrucht te vinden aan slechte boomen. Als wij niet goede harten hebben, zullen wij niet goede werken doen. Zoo bidden wij van daag dat de gedachten van ons hart mogen recht zijn: en dan, dat wij mogen doen wat recht is. Wij moeten overleggen wat wij behooren te doen met Gods gaven, zoodat wij ze niet verkwisten maar terecht besteden. Wij moeten een voorzienigheid gebruiken, evenals wij op Gods voorzienigheid zien, als bij alle kanten noodig tot ons voortbrengen van de goede vrucht van liefde. Als ons iets gegeven wordt, moeten wij het oppassen en met voorzichtigheid gebruiken : het piet rond smijten, en denken dat er veel meer is waar die van gekomen is. God houdt niet daarvan dat wij Zijn gaven verkwisten. Wij moeten overleggen, hoe wij dezelve het best kunnen gebruiken. De Zendbrief waarschuwt ons ernstig tegen morsen. De leden van de

Sluiten