Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was niet getrouw: hij heeft zijns bazen goederen doorgebracht. De goederen, welke tot ons van God komen, zijn goederen van lichaam,—zooals gezondheid, kracht, geld ; goederen van verstand,—zooals geleerdheid, vernuftigheid, begrip ; goederen van ziel,—zooals genadegaven ontvangen door middel van de Sacramenten en Diensten van de Kerk. Hoe zijn wij gelijk dezen rentmeester! wij brengen de goederen door : wij besteden ze op onszelven en onze wellusten, en geen behoorlijk deel voor Gods zaken: en de duivel, die ons verleidt, is de eerste om ons te verklagen.

De baas van dezen rentmeester is rechtvaardig : hij wil hem niet veroordeelen zonder onderzoek : hij laat hem roepen, en vraagt hem, " Hoe hoor ik dit van u ? geef rekenschap van uw rentmeesterschap," ' zeg mij uit malkaar wat gij uitgegeven hebt, en hoe gij mijn goederen gebruikt hebt.' Alzoo hebben wij ook vele vermanings om te bedenken of wij getrouw zijn in de plaats waar God ons gezet heeft,—predikaties, raad van vrienden, goede boeken, de inwendige steken van het geweten, de pleitings van den Heiligen Geest.

De rentmeester was niet gelijk den verloren zoon, die naar zijn vader gegaan is en zijn zonde beleden heeft: neen ! zijn gedachte was, dat hij door bedrog uit zijn moeilijkheid zou kunnen raken. " Hij zeide bij zichzelven " : hier was geen belijdenis, slechts de bedenking van zijn hart. Als werken of bedelen niet van te hooren was, dan zou bedrog een plan maken. Had hij God gebeden om hem bekwaam te maken om " te bedenken wat recht is," dan zou zulk een slechte gedachte niet in zijn hart gebleven hebben. Een rechte gedachte ware, " Ik zal gaan belijden al wat ik verkeerd gedaan heb, en mijn heer smeeken mij te vergeven: ik verdien niet aangehouden te worden als opziener, maar ik zal hem bidden mij een plaats als dienstknecht te geven." Maar dit was zijn gedachte niet: hij had geen berouw over

Sluiten