Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat hij gedaan had : hij wist dat hij geen verschooning had, en dat naar recht moet hij van zijn ambt afgezet worden : zwaar werk gevalt hem niet : te bedelen schaamt hij zich: zoo zal hij dan een zitplek dij de bijwoners koopen, door zijn heer nog verder tekort te doen. Na het- bedenken komt het doen. Hier is een bijwoner die honderd vaten olie moest afgeven als zijn deel: " Krab ' honderd ' uit, en schrijf vijftig," zegt hij. Daar is een ander wiens deel honderd mud koorn is : " Schrijf tachtig," zegt hij; en zoo voorts met allen. Zie, hoe de zonde groeit. In het begin had hij door nalatigheid of onverschilligheid zijns bazen goederen doorgebracht: op 't end is hij rechtuit oneerlijk, en breekt het achtste Gebod. Het achtste Gebod leert ons " oprecht en rechtvaardig te zijn in al onze handelingen," en verder, onze " handen te weerhouden van

rooven en stelen." .

Daar was een zekere slimheid in deze handeling van den rentmeester, want het was zijn werk om te beschikken wat deel elk bijwoner moest afgeven; en zoolang hij nog niet bedankt werd, kon hij dat deel verminderen als de bijwoner het niet kon opbrengen. De oneerlijkheid ligt natuurlijk hierin, dat het niet om de onbekwaamheid van de bijwoners maar tot zijn eigen voordee was dat hij eens iegelijks deel verminderd, en dus zijn heer beroofd heeft. Maar zijn baas heeft zijn slimheid en de voorzorg die hij voor zichzelven gemaakt heeft, geprezen. En onze Heer beveelt aan ons zoodanige voorzichtigheid in geestelijke zaken. " Maakt," zegt onze Heer, " voor uzelven vrienden uit den onrechtvaardigen Mammon," uit geld dat zoo dikwijls voor onrechtvaardige voorwerpen uitgegeven wordt, en hetwelk de mensch zoo liefheeft en zoo onverschillig najaagt. " Maakt vrienden uit geld," door daarmee de armen te helpen en de heidenen tot het licht van God te brengen, en jegens allen goedgunstig en mede-

Sluiten