Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

" Uwe dochter is gestorven, wat zijt gij den Meester nog moeilijk ? Maar de Heer ondersteunde zijn bevend geloof: " Vrees niet, geloof alleenlijk." Bij het huis was een woelende schare van huilende menschen. Maar niet in lawaai en beroerte kan genezing geschieden : het is in stilte en eenzaamheid, ja soms eerst op het ziekbed, dat de stem van den Heer kan gehoord worden. " Vertrekt, het dochtertje is niet dood maar slaapt. Niemand is dood die in Christus gelooft. Wanneer onze vrienden sterven, wij weten dat zij zullen weder ontwaken bij de algemeene Verrijzenis : de dood is, als t ware, een slaap. " Als nu de schare uitgedreven was, ging Hij in" met Petrus en Jakobus en Johannes en den vader en de moeder van het dochtertje, " en greep haar hand, en zeide tot haar, Kind, sta op'. En haar geest keerde weder, en zij is terstond opgestaan." De kracht van Zijn aanraking heeft haar weder leven gegeven.

Wij ook gelooven dat Jezus is de Christus, de Zoon van God. In vereeniging met Zijn Lichaam, de Kerk worden wij levend gemaakt bij den Heiligen Doop en vernieuwd bij de Heilige Communie; alzoo maakt Hij ons los van de banden van zonde, wekt op die dood zijn in overtredings en misdaden, en geeft ons genade om het overige van ons leven in te richten tot Zijn dienst. J

c. 188, 191; a. 79, 80, 128, 174, 192, 196, 211, 213, 220, 222.

Sluiten