Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat men het kapitalaat aanneemt moet men er de gevolgtrekkingen van aannemen. De intrest en de rente willen afschaffen en het privaatbezit willen handhaven, is een appelaar willen beletten appelen voort te brengen. Maar wat de socialisten staande houden, dat is, dat van 't oogenblik dat de kapitalistische erfelijkheid meer bezwaren oplevert dan voordeelen, er een afdoend middel is tegen de misbruiken die zij na zich sleept : de vergrooting van het gemeenschappelijk domein ten hoste van het privaat domein.

In eiken nijverheidstak waarvan de kapitalen aan de natie behooren — de spoorwegen b. v. — worden de rente en de intrest, met een woord, de winsten, opgeslorpt door de gemeenschap, in plaats van terecht te komen in de brandkast der enkelingen. Zoo deze wijze van toeeigening zich kwam te veralgemeenen, zoo al de voortbrengstmiddelen tot het openbaar domein kwamen, zou niemand andere bestaanmiddelen hebben dan zijn arbeid — ik spreek hier natuurlijk niet van de verzekerings- en bijstandsinstellingen — en zoo ware eindelijk het woord van een der kerkvaders veiwezentlijkt : « die niet werkt, zal niet eten ».

Heden, helaas! is het al te dikwijls het tegenovergestelde : dezen die niet arbeiden, eten te veel; dezen die arbeiden eten niet genoeg.

Scheininger, Bismarcks geneesheer, maakte fortuin door een sanatorium te stichten waar de rijken zich gaan ontlasten van den overvloed van hun vet, en terzelfder tijd zijn de beheeideis van Volksbelang en Vooruit het eens om u te zeggen dat men op het einde van elke veertien dagen onveranderlijk het verbruik van het brood ziet afnemen, omdat de gentsche arbeiders geen geld genoeg meer hebben om hunnen buik vol te eten.

Wilt gij deze tegenstelling terugvinden in nog grooter en nog roerender afmetingen? En dit in het rijkste land van Europa, in Frankrijk, in de rijkste stad van Frankrijk, in Parijs? Men moet maar de kaart raadplegen die werd opgemaakt door M. Manouvrier, volgens de gegevens van Bertillon en aanduidende de gemiddelde gestalte der lotelingen, de hevigheid der besmettelijke ziekten, het getal der ongeletterden voor elk der twintig arrondissementen. Devoordeelige aanduidingen zijn gekleurd in rood, de onvoordeeligen in blauw.

Welnu! van bij den eersten oogslag stelt men eene wezenlijke tegenstelling vast tusschen het rood, hartje der stad, en tusschen den heilloozen omtrek der voorgeborchten : aan de eene zijde is de gestalte der lotelingen beneden de gemiddelde van het ras; aan de andere zijde is zij er boven.. In het midden, daar ligt het schoone Paiijs, het

Sluiten