Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII. KASSIER. KASSIERSREKENING.

§ 31. Volgens het Wetb. v. Kooph. is een kassier iemand, aan wien, tegen genot van zeker loon of provisie, gelden ter bewaring en uitbetaling worden toevertrouwd.

Kooplieden maken dikwijls van de tusschenkomst van kassiers gebruik, om hunne vorderingen te innen en hun schulden te voldoen. Vorderingen worden geïnd, door aan den kassier een kwitantie op den schuldenaar (debiteur) te geven. Zoo'n kwitantie, op A. Boer alhier bijv., ziet er in hoofdzaak uit als volgt:

Ontvangen van den Heer A. Boer alhier de somma van negen gulden 28 cent voor geleverde Zie bijgaande nota.

(Handteekening).

De kassier gaat met deze „kwitantie op A. Boer" naar den schuldenaar, int het bedrag en voegt dat bij de gelden, die hij reeds onder zich had.

§ 32. Memoriaalpost.

15 October. Ter inkasseering gegeven aan mijn kassier H. Roos alhier een kwitantie op A. Boer alhier . . . ƒ 9,28.

Met het journaliseeren van posten als deze wacht men gewoonlijk, totdat men van den kassier bericht ontvangen heeft, dat de gelden betaald zijn. Dan heeft men:

W.vermeerd.: Er ontstaat een vordering op Roos van ƒ 9,28.

W.vermind.: Er gaat een vordering te niet op A. Boer alhier.

Journaalpost.

Kassier H. Roos (Kassiersrekening H. Roos)

voor mijn kwitantie op A. Boer alhier ƒ 9,28

aan A. Boer alhier

voor betaling mijner kwitantie op hem ƒ 9,28

§ 33. Schulden worden dikwijls betaald door aanwijzingen op een kassier. Zoo'n aanwijzing is van den volgenden vorm:

Gelieve te betalen aan den Heer B. Vrede alhier of order de somma van vijftienhonderd gulden.

,20 October 1908.

W. Hoogenboom.

Den Heere H. Roos, Kassier alhier.

Sluiten