Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»En nog steeds wemelt het op de Brug van wandelaars en stroomen de menschen naar den Tempel.«

Goethe, Das Marchen.

Het is reeds tamelijk lang geleden, dat het schrijvende en lezende menschdom stilzwijgend overeengekomen is, om gelijk ook aan de letterteekens zelve, aan het daarbij noodige materiaal, nam. aan den steen, de plantaardige of dierlijke huid, de klei- of de was-tafel, ten slotte aan het papier, noch een ronden O, noch een ovalen O. noch een veel- (bijv. zes- 1^of drie-(/\)

hoekigen, noch ook een vierkanten □ , maar doorgaans een zoogenaamd „langwerpig vierkanten", of juister gezegd: rechthoe kigen □ of □ vorm te geven. Sedert hebben bijna zonder uitzondering al de tallooze papieren, die dag aan dag door ons aller handen gaan, dien vorm behouden. Tracht men zich van de redenen daarvoor rekenschap te geven, dan kost het maar weinig hoofdbreken, die voor het niet-gebruik van ronde en ovale vormen (zij passen niet aan elkaar, vullen de ruimte niet en zijn te lastig van constructie), zoowel als van veelhoeken (de zes- en driehoeken passen wel aan elkaar, vullen echter

Sluiten