Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2°. Het Bredasche en Bossche, dat verzond door middel van het Binnenlandsche kantoor.

3°. Het Antwerpsche, dat met de Zuidelijke Nederlanden, Frankrijk, Spanje en Portugal postgemeenschap onderhield.

4°. Het Engelsche, dat in het Antwerpsche was gevestigd en ook voor Duitschland voorzag in de postgemeenschap met Engeland.

5°. Het Hamburgsche, dat op Noord-Duitschland, Denemarken, Zweden, Noorwegen en Rusland werkte.

6°. Het Keulsche, dat in aansluiting op de postwegen van Turn und Taxis met Italië, Zuid-Duitschland en Zwitserland in betrekking stond.

7°. Het Tesselsche voor de brieven bestemd voor opvarenden van schepen, liggende op de reede van Tessel.

Behalve deze postkantoren waren te Amsterdam nog boden op het Noorden van het land en Zeeland, op Kleef. Munster, Rijssel en andere plaatsen.

Door het zelfstandig handelen van elk kantoor, ontbrak het aan eenheid, zoowel in de tarieven als in de verzending.

Ook de benoeming der postmeesters door de stadsbesturen gaf, hoe goed ook bedoeld, aanleiding tot misbruiken.

Met het oog op de aanzienlijke voordeelen aan het ambt verbonden, werden maar al te dikwijls familieleden daarmede begunstigd, die het vaak tegen eene behoorlijke vergoeding weder aan derden afstonden.

Aan dezen toestand kwam een einde, doordat in 1747 alle steden in Holland en West-Friesland — behalve Amsterdam, dat eerst in 1749 volgde — de Posterijen of het recht tot oprichting eener Posterij overdroegen aan den Stadhouder, Prins Willem IV. De Prins stond alle posterijen zonder eenig voorbehoud weder aan het land af.

Met het oog op eene algemeene en betere inrichting van het postwezen werd besloten de bestaande postmeesters, wier belangen door vorenbedoelde overdracht onaangetast waren gebleven, niet in hunne werkzaamheden te bestendigen doch hen uit te koopen.

De aanvaarding van Staatswege van het beheer vond in 1752 plaats.

In 1799 werden de Posterijen van de voormalige Bataafsche Republiek nationaal verklaard.

Onder het bestuur van Koning Lodewijk werd in 1807 eenheid gebracht in de regeling der porten en voorschriften, terwijl bij de inlijving van Nederland bij Frankrijk in 1810 eene Algemeene Instructie

Sluiten