Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De spoorwegen tot 1887.

adat reeds sedert het jaar 1841 verscheidene onvoldoend voorbereide plannen tot aanleg van spoorwegen waren te berde gebracht, zonder tot eenig gevolg te leiden ('), werd in 1862 de concessie verleend voor eene spoorweglijn van de havenplaats Semarang over Soerakarta (Solo) naar Djokjakarta; de aanleg dezer lijn geschiedde door de NederlandschIndische Spoorweg-Maa tschappij.

De beide laatstgenoemde plaatsen zijn de hoofdsteden der gelijknamige residentiën (Vorstenlanden), alwaar de suikercultuur, uitgeoefend

door Europeesche ondernemers op door hen van de Javaansche grooten gehuurde gronden, zeer gunstige uitkomsten bleek op te leveren.

De uitbreiding dier cultuur werd echter in hooge mate belemmerd door de bezwaren, verbonden aan den afvoer van het product over het bergachtig terrein, dat de Vorstenlanden van de noordkust scheidt.

De ontworpen spoorweg beoogde de opheffing van dezen hinderpaal, waarbij zich het vooruitzicht voegde op een aanzienlijk vervoer van hout uit de te doorsnijden djatibosschen; daarenboven mocht de dichte bevolking der Vorstenlanden op een personenvervoer van beteekenis doen hopen.

Reeds vóór de verleening van bovenvermelde concessie was in 1860 door de Regeering eene „Commissie voor de vervoermiddelen", onder leiding van den Ingenieur Stieltjes, belast met een onderzoek naar hetgeen ter verbetering van de vervoermiddelen op Java ware te verrichten. Den 6 November 1862 verscheen een voorloopig verslag, nadat reeds in Januari van dat jaar een ongunstig advies was uitgebracht over de bij de aanvrage' der bovenvermelde concessie gekozen richting. Door Stieltjes

(i) A. W. E. Weyerman, Geschiedkundig overzicht van het ontstaan der Spoor- en Tramwegen in Nederlandsch-lndië, Batavia 1904.

Sluiten