Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan het onderling overleg tusschen de betrokken ondernemingen. De GouverneurGeneraal kan echter aan bestuurders van een tramwegdienst de verplichting opleggen tot het maken van zoodanige regeling; zoo de Directeur der B. O. W. dit noodig acht, kan ook de overgang van wagens worden voorgeschreven.

Eveneens kan eene onderneming worden verplicht het medegebruik van den tramweg en de daartoe behoorende stations, ten behoeve van andere tramwegdiensten voor algemeen verkeer, toe te laten (Art. 14).

Slechts één onderdeel der regeling van het doorgaand goederenverkeer heeft de wetgever niet aan het onderling overleg der ondernemingen overgelaten, te weten de vaststelling der verantwoordelijkheid en van het bedrag der schadevergoeding voor verlies of schade. Een en ander is thans voor de tramwegen — doch alleen met betrekking tot het doorgaand goederenverkeer — geregeld op gelijken voet als voor de spoorwegen (Artt. 89—91).

Wat het binnen verkeer der tramwegdiensten betreft, onthoudt de wetgever zich ook thans nog nagenoeg geheel van inmenging met het goederenvervoer. Alleen de leveringstijd van goederen en levende dieren is geregeld (Art. 88), terwijl het vervoer van gevaarlijke en zieke dieren en van ontplofbare stoffen aan enkele beperkende bepalingen (Artt. 92 en 93) is onderworpen. In verband met het ingenomen standpunt dat een tramwegdienst slechts dan tot deelneming aan het doorgaand goederenverkeer zal worden verplicht, indien de Regeering daartoe termen vindt (Art. 15), heeft het Tramwegreglement, ook in den nieuwen vorm, ten volle de geschiktheid behouden voor de toepassing op tramwegen van den eenvoudigsten aard, waaraan zoowel op Java als in de Buitenbezittingen nog groote behoefte blijft bestaan.

Sluiten