Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De concessiën.

a. De wijze van aanleg.

b. De van Staatswege te verleenen steun.

c. De verplichtingen van den ondernemer ten voordeele der schatkist.

d. De duur der concessie.

j|evens de wettelijke voorschriften zijn ook de voorwaarden, waarop de

vergunning voor den aanleg en de exploitatie van den ijzeren weg wordt verleend, van overwegenden invloed op het karakter van het verkeersmiddel en de daarmede te verkrijgen uitkomsten.

De rechten en verplichtingen van den ondernemer tegenover den Staat, welke — voor zooverre zij niet uit algemeene wettelijke bepalingen voortvloeien — in de concessie zijn te regelen, kunnen onderscheiden worden in de volgende rubrieken:

e. De naastingsvoorwaarden.

De eerste op Java verleende tramwegconcessie voor de lijn Samarang-Joana (Besluit van den Gouverneur-Generaal van 18 Maart 1881 No. 5) draagt een eigenaardig karakter als gevolg der omstandigheid dat toentertijd eene tramwegwetgeving nog ontbrak. Dientengevolge vindt men in deze concessie (Bijlage II) verschillende onderwerpen behandeld, die thans in het Algemeen Tramwegreglement regeling hebben gevonden.

Als eene eigenaardige bepaling zij hier de aandacht gevestigd op Art. 16 eerste lid, luidende:

„Rij- en voertuigen, niet aan de ondernemers toebehoorende, mogen zonder „hunne vergunning van de sporen in hunne lijn geen gebruik maken."

Yoorts is vermeldenswaardig, dat deze concessie geene bepaling omvat omtrent

Sluiten