Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De latere uitbreiding en verbetering van de lijnen der Samarang-Joana Stoomtram-Maatschappij.

)or de geschiedenis der technische ontwikkeling van het tramwegwezen is niet alleen de vooruitgang van beteekenis, die later aangelegde lijnen vertoonen, vergeleken met hare oudere zusteren, maar evenzeer de verbetering, die de oudere lijnen ondergaan, ten einde de verkregen plaats in het verkeerswezen te behouden.

Uit de beschrijving van den eersten aanleg der Samarang-Joanalijnen (blz. 49) kan worden afgeleid, dat deze zeer ingrijpende wijzigingen zouden behoeven om met den nieuweren tramwegaanleg in zooverre

gelijken tred te houden als noodig is voor de geregelde deelneming aan het doorgaand goederenverkeer.

De aansluiting van de Semarang-Cheribon Stoomtram (1897—1899) bracht de Samarang-Joana Stoomtram in rechtstreeksch verkeer met eene Zustermaatschappij, waaruit aanvankelijk geene hooge eischen tot verbetering voortvloeiden. Daarna volgden echter (1900—1903) de aansluitingen te Kradenan en Tjepoe met de lijn Goendih-Soerabaja, welke de Samarang-Joana en SemarangCheribon Stoomtramlijnen tevens in verkeer brachten met de Oosterlijnen der Staatsspoorwegen.

De belangrijke maatregel, door laatstgenoemden dienst met ingang van 1 April 1904 genomen om het draagvermogen der achttonsgoederenwagens te verhoogen tot tien ton, welk voorbeeld weldra door meerdere tramwegondernemingen, waaronder de Semarang-Cheribon Stoomtram, werd gevolgd, stelde voorts de Samarang-Joana Stoomtram voor de noodzakelijkheid hare lijnen eveneens geleidelijk geschikt te maken voor de toelating van met tien ton beladen wagens.

Sluiten