Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voldoen, door aan Dr. Dvorkovitz transfers ter teekening voor te leggen.

De vragen, of het door den heer E. Deen volgens zijne verklaring beoogde doel niet op andere wijze te bereiken ware geweest, en of een zakenman immer ter bereiking van dat doel het middel zoude hebben gebezigd, waarvan zich de heer E. Deen wenschte te bedienen, kunnen onbeantwoord blijven.

Omdat de heer E. Deen in Engeland geregeld zaken deed, moet toch worden aangenomen, dat hij wist, dat de uitvoering van die order verder strekkende gevolgen zoude hebben, dan bij de hiervoor vermelde motiveering van die order als beoogd werden gesteld.

Immers volgt daaruit, dat de heer E. Deen toen hij de overschrijving zijner aandeelen op den heer Gelink beval, wist, dat hij door die overschrijving van de verplichting tot volstorting zijner aandeelen zoude worden ontslagen, indien door den heer Gelink op zijn last werd voorkomen, dat binnen een jaar na de overschrijving een besluit tot volstorting werd genomen, alsmede dat zijne medeaandeelhouders in de Timor Oilfieds na verloop van dat jaar het nadeel zouden lijden, dat de verplichting tot volstorting van de aandeelen uitsluitend rustte op den heer Gelink, die niets bezat.

Daarom is het geven van de opdracht aan den heer Jacobson om de niet volgestorte. aandeelen te doen overschrijven op iemand, die niets bezat, niet te billijken.

Al moet er nu nogmaals op worden gewezen, dat de heer E. Deen aan deze onderneming, welke kennelijk geen toekomst had, reeds rond f 240.000 had ten koste gelegd en het gevaar liep daaraan nogmaals f 120.000 ten koste te moeten leggen, zonder dat hij daarvan eenig voordeel zoude genieten, terwijl de vroegere concessionarissen, die alles hadden terugontvangen, dat zij voor deze onderneming hadden uitgegeven, en bovendien £ 3000 hadden genoten, redelijker wijze niet op meer aanspraak konden maken, dit neemt niet weg, dat de Raad van eer de wijze, waarop zich de heer E. Deen in deze zaak heeft gedragen, moet afkeuren, en daarom de in dezen brief vervatte beschuldiging gegrond verklaart.

Sluiten