Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het nemen van besluiten omtrent het verslag van de com- Punt IV, 4°. commissie, belast met het nazien der boekerij. ^heèkcom'''

missie»

(Het verslag is verschenen in het Ned. tijdschrift voor geneeskunde, 1914,

eerste helft, No. 26, bladz. 2494; Handelingen 1914, bladz. 499).

Verlangt iemand daarover het woord? Niemand? Dan is ook dit verslag goedgekeurd en komt aan de orde punt IV. 5°:

Het nemen van besluiten omtrent het verslag der centrale Punt IV, 5°.

commissie voor de beroepsbelangen.

(Dit verslag is verschenen in het Ned. tijdschrift voor geneeskunde, 1914, eerste helft, No. 21, bladz. 1763; handelingen 1914. bladz. 285).

/

De afgevaardigde van de afdeeling Meppel en O., de heer J. Leydesdorff:

Mijnheer de voorzitter ! Uit naam der afdeeling Meppel en O. wil ik een paar kleine opmerkingen maken naar aanleiding van het verslag van de centrale commissie voor de beroepsbelangen. Evenals het ongetwijfeld in de andere afdeelingen het geval is, heeft mijn afdeeling voor de werkwijze van de commissie niets dan lof, maar ik zou toch gaarne een paar kleine opmerkingen willen maken naar aanleiding van het verslag. Zoo wordt daarin, n.1. op bladz. 82 van het rapportenboekje, gezegd, dat er op gewezen is dat bij vestiging eenige malen geadverteerd mag worden en dat bij tijdelijke afwezigheid eenige malen geadverteerd kan worden. Ik zou aan de commissie willen vragen of zij haar oog wel eens gevestigd heeft op het feit, dat aan dien regel in ons land nog lang niet algemeen de hand wordt gehouden en of het niet aanbeveling verdient dat, wanneer op een of andere manier tot haar kennis komt dat collegae-specialisten herhaaldelijk een week achter elkaar adverteeren, wanneer zij afwezig zullen zijn en dan nog weer een week, dat zij op dien en dien datum weer terug zullen zijn, de commissie, wanneer de betrokken afdeelingsraad in deze niet ageert, een wenk in die richting geeft. Ik lees de Nieuwe Rotterdamsche Courant en met mij heeft het velen bevreemd dat bijv. een specialist voor inwendige ziekten in Utrecht een keer of wat adverteert, dat hij afwezig zal zijn en weer terugkomt. Dat is eigenlijk met de ethiek niet in overeenstemming te brengen. Een andere opmerking is de volgende. Er wordt in het verslag, n.1. op bladz. 83 van het rapportenboekje, medegedeeld dat een afdeelingsraad het advies van de centrale commissie vroeg ten behoeve van een collega, wien door den gemeenteraad zijner woonplaats in overweging gegeven was ontslag te vragen als gemeente-geneesheer enz.. Toevallig is dat binnen de afdeeling geschied, die ik hier vertegenwoordig.

Jaarverslag

centrale commissie voor de beroepsbelangen.

Sluiten