Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij geen verandering kregen. Mijnheer de voorzitter, nu zou ik namens de centrale commissie voor de beroepsbelangen de volgende motie willen indienen:

„De algemeene vergadering, dankbaar voor de door de Motie van dc

commissie ad hoe genomen moeite, spreekt, in overeenstemmingCe^™ie voor met vroeger genomen besluiten, den wensch uit, dat alle leden de beroepseer maatschappij zich verbinden voortaan aan verzekerings- be,an9en' maatschappijen tegen de geldelijke gevolgen van ziekten en ongevallen geen andere verklaring af te geven dan die van den datum, waarop de behandeling is begonnen en geëindigd".

Dan krijgen wij ten minste een eind aan deze zaak. Men moet dan maar uitmaken of men dat wil of niet. Zegt de vergadering: „Ja, wij gaan er mee mede", dan is het uit en zegt de vergadering: „Wij gaan niet mede," dan moeten wij helaas allemaal vrij blijven.

De heer A. Keesing (Amsterdam):

Mijnheer de voorzitter! Ik wil slechts een enkele vraag stellen.

Betreft deze kwestie alleen de verzekeringsmaatschappijen ? Het is herhaaldelijk in mijn praktijk gebleken dat ook patroons een dergelijke verklaring eischen en dat zij, wanneer geneesheeren geen verklaring geven, geen uitkeering doen. Dergelijke patroons staan met de verzekeringsmaatschappijen op gelijken voet. Als er een regeling getroffen wordt, moet men deze patroons er ook in betrekken.

De voorzitter:

Ik geef nu eerst even het woord aan den heer FAQÉE SCHAEFFER.

De rapporteur der commissie, de heer N. T. M. Facée Schaeffer:

Mijnheer de voorzitter! Maar enkele woorden. Ik zou gaarne willen opmerken dat de motie van de centrale commissie voor de beroepsbelangen in strijd is met de goede orde van zaken, in strijd is met het verzoek, dat de commissie gedaan heeft om eerst de voorstellen af te handelen, waarin bij de commissie eenstemmigheid bestaat en waardoor ik al tot mijn medeleden heb gezegd: „De zaak loopt mis voor de zooveelste maal . Wij hebben nu voor de vijfde maal gevraagd dat wij eerst de zaken zouden behandelen, die in 1 en 2 liggen en waarover wij eenstemmig oordeelen. Wat is het geval ? De vergadering heeft direkt het echte strijdpunt weer bij den kop gepakt,

daar worden andere dingen tusschen gehaald — en zoo komen wij tot niets. De motie slaat toch alleen op voorstel 3.

De voorzitter der centrale commissie voor de beroepsbelangen,

de heer A. J. A. Thomas:

Op alle drie!

53

Sluiten