Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rekening heeft te houden. Mijnheer de voorzitter! Ik was niet van plan geweest het referendum, waarvan de uitslag eigenlijk nooit is medegedeeld, te berde te brengen, maar het moet nu. Dan wil ik u zeggen, dat bijv. de vraag: „meent gij aan den geneeskundig adviseur eener verzekeringsinstelling, met inachtneming zijnerzijds van het ambtsgeheim, de vraag te mogen beantwoorden of uw patiënt tot arbeiden ongeschikt is?" beantwoord is met „Ja" door 412, met „Neen" door 117, een verhouding van 3'/2 tegen 1. U zult zeggen: „Dat is aan den geneeskundigen adviseur ; maar de directies zitten in het zelfde schuitje, want de vraag: meent gij aan de directie eener verzekeringsinstelling de vraag te mogen beantwoorden of uw patiënt tot arbeiden ongeschikt is ?" is door 334 beantwoord met „Ja", door 198 met „Neen", een verhouding van 3'/2 tegen 2. Omgekeerd als de beslissingen hier.

De voorzitter:

Daar blijkt duidelijk uit, dat het een heel ander referendum is dan wat de heer LEYDESDORFF bedoelt. Maar niettegenstaande dat, zijn wij den heer FACÉE SCHAEFFER voor zijn waarschuwend woord zeer dankbaar. Ik meen dat wij nu wel tot stemming kunnen overgaan.

De voorzitter der commissie, de heer J. M. Baart de la Faille:

Mijnheer de voorzitter! Mag ik ten slotte, als voorzitter van de commissie, nog dit zeggen dat de commissie als zoodanig in dit opzicht niet eenstemmig is en ik niet namens de geheele commissie spreek, maar ik toch namens de meerderheid van de commissie spreek, wanneer ik het aannemen van deze motie — zóó, met het amendement er bij — ten sterkste ontraad, omdat de maatschappij, naar onze stellige overtuiging, daarna in een impasse zal komen. Met het aannemen van deze motie — met het amendement er bij ~ is het vraagstuk, dat destijds aan de orde is gesteld, niet van de baan, n.1. het vraagstuk van de controle. Hiermee is wel gezegd, hoe de maatschappij zal optreden tegen al de verzekeringsmaatschappijen, die het den behandelenden geneesheeren zoo lastig maken, maar daarmede zijn nog niet alle vraagstukken van de baan, waarvan aan de commissie was opgedragen een oplossing te zoeken, n.1. het groote vraagstuk, hoe dan de geneeskundige controle, de gedragsleer van de controle, in de toekomst zal moeten zijn. Dan zijn er nog enorm veel vragen te beantwoorden, die destijds in het voorstel van de afdeeling Haarlem en O. lagen opgesloten, uit welk voorstel de commissie is geboren. Wanneer men het eerste rapport van de commissie aandachtig leest, zal men daaruit zien dat er toch groote moeilijkheden liggen ook voor de behandelende geneesheeren, wanneer voortdurend de controleerende geneeskundigen in hun praktijk zitten. Er zijn twee stroomingen geweest in de commissie,

Sluiten