Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aard, dat de geneesheeren niet mogen eischen dat zij iets mee te zeggen hebben in de wijze, waarop die verdere zaken worden behartigd. Wij zijn aan den anderen kant echter van meening dat er één ding is, dat wij nooit kunnen afstaan en dat is: onze vrije positie, die wij in onze eigen ziekenfondsen innemen en die voor een zeer groot deel daarop neerkomt, dat wij in onze eigen ziekenfondsen, wanneer wij daaraan als geneesheeren werkzaam zijn, niet naar de willekeur van het bestuur kunnen worden benoemd, geschorst en ontslagen. Zoo zullen wij even goed, wanneer wij met een rechtspersoonlijkheid bezittende instelling, bijv. een werkliedenvakvereeniging, een overeenkomst aangaan door middel van onze maatschappij, niet kunnen toestaan dat het bestuur van die vakvereeniging kan beschikken over het benoemen, schorsen en ontslaan der geneesheeren. Wat mij betreft, geloof ik dat, wanneer die rechtspersoonlijkheid bezittende instellingen op een dergelijken eisch zullen blijven staan, er in de toekomst geen enkele overeenkomst zal gesloten worden. Ik noem hier één van de redenen, waarom wij meenen dat langs den weg van een overeenkomst met een vakvereeniging al datgene bereikt kan worden, wat wij tot heden eenstemmig meenen dat te bereiken is door macht in het bestuur en in de algemeene vergadering van het ziekenfonds. Of het werkelijk mogelijk is overeenkomsten te maken, die zoo scherp zijn gesteld, dat voor de geneesheeren alle waarborgen zijn opgenomen, die zij wenschen, moet natuurlijk de toekomst leeren. Ik voor mij heb daarin het grootste vertrouwen. Ik heb altijd gezegd: „de macht in het bestuur en de algemeene vergadering wenschen de geneesheeren niet om het genoegen te hebben van dat mee-besturen en van dat baas spelen in een of andere instelling, maar die macht wenschen zij, omdat zij daarmede een bepaald doel willen bereiken. Dat doel is: de handhaving van de vrijheid en de onafhankelijkheid van den geneeskundigen stand; dat is dus, nog nauwkeuriger gezegd, de niet-afhankelijke positie van de geneesheeren tegenover de besturen der ziekenfondsen of der rechtspersoonlijkheid bezittende instellingen. Wanneer nu in de toekomst mocht blijken, dat dit ons langs den weg van een overeenkomst niet mag gelukken door tegenwerking van die vakvereenigingen of andere instellingen, waarmede wij te maken zullen hebben, dan mislukt de zaak natuurlijk. Maar op het oogenblik zegt de leidraad zeer duidelijk dat van onze zijde de weg geëffend wordt om tot overeenstemming met die instellingen te komen en tot nu toe wijst alles er op dat die vereenigingen ook van hun kant meenen dat door deze duidelijke verklaring van den weg, waar langs onze maatschappij wil gaan, men tot overeenstemming kan geraken. Ik moet de geachte vergadering thans nog mededeelen dat door het hoofdbestuur wordt voorgesteld een enkel woord aan

Sluiten