Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de arbeiders, door collectief contract geneeskundige hulp krijgend, waarnaast wij nu eenmaal den langzamerhand, den eenmaal historisch geworden toestand hebben, dat er fondsen zijn van de geneesheeren. Die zullen nu met elkaar, zoo mogelijk, concurreeren — in den goeden zin van het woord — om zooveel mogelijk een goede verzorging van de arbeiders — daar is het ten slotte om te doen — te bereiken. Op die wijze kan dus vermeden worden, wat in het buitenland zooveel zure vruchten heeft opgeleverd, de strijd om de macht. De geneesheeren, hoop ik, hebben geleerd; de arbeiders hebben geleerd. Een dergelijke strijd wordt in de eerste plaats uitgeklopt op de ruggen der zieke arbeiders. De arbeiders zijn dan ook absoluut niet van plan strijd te zoeken. Zij willen, waar mogelijk, overeenkomst zoeken, maar kunnen daar bijonmogelijk prijs geven de zeggingsschap en de zeggingskracht in het bestuur. Ten slotte de weistandsgrens. De afdeeling Amsterdam heeft een motie aangenomen, aan de algemeene vergadering voorstellende het hoofdbestuur te machtigen af te wijken van de weistandsgrens. In die weistandsgrens van het bindend besluit zijn cijfers genoemd, die eenvoudig niet houdbaar zijn. Die cijfers, plus de kwestie van de macht, hebben in het publiek, bij de arbeiders groote beroering en onrust teweeggebracht, waardoor alles als het ware te hoop is geloopen. Een maximum van f 1200, volgens den aanslag der belastingpapieren, is voor Amsterdam eenvoudig onmogelijk te handhaven ; en in Amsterdam wórdt dat eenvoudig niet gehandhaafd. Het bindend besluit, dat zoo heilig is, is, bijv. al voor Amsterdam, wat de weistandsgrens betreft, een stuk scheurpapier. Dat wordt door iedereen in Amsterdam volmondig erkend. Die weistandsgrens zouden wij het liefst plaatselijk of gewestelijk hebben geregeld, al naar de behoefte, met groote mate van elasticiteit. Indien wij een Schablone maken voor het geheele land op cijfers, tusschen ƒ800 en f 1200, is dat absoluut niet houdbaar. In Amsterdam voelt men die cijfers als absurd. Er is nog één ding, waar het hoofdbestuur niet zoo direkt aan wil en wat toch in de toekomst mogelijk is. Het is mogelijk dat categorieën van menschen, zooals onderwijzers, zich vereenigen en trachten een ruimere mate van geneeskundige verzorging te krijgen dan op het oogenblik. Voor die gevallen moet het hoofdbestuur toch zeker het recht hebben, het recht krijgen, al naar gelang van de imstandigheden, welke zich voordoen, af te wijken van de cijfers, die hier genoemd worden. In de vergadering van de afdeeling Amsterdam is dat, onder voorzitterschap van collega SCHREVE, volkomen beaamd. Ik zou den afgevaardigden in overweging willen geven die cijfers eenvoudig weg te laten en het over te laten aan de afdeeling. Maar het schijnt, dat daar bezwaren tegen zijn. Die bezwaren gevoel ik niet, maar in alle gevallen, zooals die cijfers daar staan.

Sluiten