Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wet blijkt te hebben, maar dan wil ik er toch dit aan toevoegen dat de wet ons volstrekt niet verplicht alléén contracten af te sluiten, die in de wet met name genoemd zijn. Wij hebben algeheele contractvrijheid. Wanneer men een ander contract wenscht af te sluiten, dan staat er niets in den weg. Dan zet men niet alles op losse schroeven, want dat contract is in de wet geregeld. Ik mag dit wel uit de juridische school klappen dat die contracten zoodanig geregeld zijn dat wij er nog minder van af weten dan vroeger, zóodat die contracten, die de maatschappij wenscht af te sluiten, zijn, wat hier geschetst wordt, contracten, waarbij de maatschappij zegt: „Wij, maatschappij, nemen op ons de geneeskundige behandeling. Geen geneesheer is in dienst van een ziekenfonds, maar wij, maatschappij, zijn daarvoor aansprakelijk. Wij zullen dat verdeelen onder onze leden of onder onze ziekenfondsen. Daar hebt gij niets mede te maken". Dat gaat dus om buiten, hetgeen in de wet genoemd is, het collectieve arbeidscontract. Maar zulke contracten staan ook geheel buiten het algemeen bindend besluit, in zoover dat de letter van het algemeen bindend besluit die contracten niet raakt. Want de letter van het algemeen bindend besluit, dat — ik wil u daarop wijzen — alleen gesteld is met het oog op de ziekteverzekeringswet, verbiedt alleen het deelnemen van ieder geneeskundige, lid van de maatschappij, aan een ziekenfonds. Er mag geen rechtsband zijn tusschen een lid van de maatschappij en het ziekenfonds. Welnu, die band komt er niet. Een ziekenfonds heeft niets te zeggen over den geneesheer persoonlijk. Dat is niet alleen een juridisch verschil, dat is geen juristerij, waar sommige heeren maling aan hebben, maar een praktisch verschil. Want de positie van een geneesheer is een andere of hem verwijten kunnen gedaan worden door een ziekenfonds dan wel of hij zeggen kan: „Ik heb met u niets te maken. Iedere macht ontbreekt u om tegen mij iets te zeggen. Ik ben alleen verantwoording schuldig aan mijn maatschappij en haar ziekenfondsen". Dus: het contract gaat zeker om buiten de letter van het algemeen bindend besluit, maar het gaat ook voor een groot deel om buiten den geest van het algemeen bindend besluit. En die geest — ja, GOETHE heeft gezegd : „Das ist im Grund der Herren eigner Geist", maar ik zal mij hier toch niet gaan verdiepen in de psychologie van de leden van de vergadering en wat misschien die heeren op dat oogenblik in hun hoofd hadden. Ik wil gaarne aannemen dat geen van de toen aanwezige leden gedacht heeft dat dit ooit de consekwentie zou zijn dat deze contracten er buiten zouden zijn. Ik wil dat niet alleen gaarne aannemen, ik weet dat zeker. Niemand heeft gedacht aan dergelijke contracten, zooals zij zich nu ten slotte langzamerhand hebben gevormd. Men heeft er ook wel een voorstelling

Sluiten