Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die wordt feitelijk een geheel andere, wanneer zij niet juridiek verbonden zijn met het fonds, maar wanneer zij juridiek alléén met hun maatschappij te doen hebben. Dan staat men geheel anders. Wanneer de maatschappij optreedt in haar geheel en de voorwaarden vaststelt, dan is in zijn rechtspositie het lid goed verzekerd en behoeft hij van dien kant geen gevaar te vreezen. Daarom, wanneer het buiten de letter valt, kan men ook zeggen: „Het ligt buiten den geest van het algemeen bindend besluit". Ik heb hiermede, mijnheer de voorzitter, mijn advies nader toegelicht, maar ik wensch daaraan nog één slotopmerking toe te voegen. Dat is deze. Ik wil steeds zeer gaarne en zoover dat verlangd wordt, hier rechtsgeleerde opmerkingen ten beste geven, maar één ding verbaast mij toch. Dat is dit. Wanneer ik een geneesheer voortdurend zie ingaan in het huis van den rechtsgeleerde, vind ik het een veeg teeken. Evenzoo acht ik het een veeg teeken, wanneer ik den rechtsgeleerde voortdurend zie ingaan in het huis vandengeneesheer. Ik kan mij dat begrijpen, want het is een waarneming, dieikgedaanheb.dat eronder de geneesheeren zijn, eigenlijk, wat ik zou willen noemen, misgeloopen juristen, die veel liever dan over feitelijke kwesties redeneeren over juridische kwesties. Maar ik zou hun dezen raad willen geven. Doet dat liever te mijnen huize dan in de algemeene vergadering. Immers, er zijn hier twee kwesties, die men wel uiteen moet houden: de formeel-juridische kwestie of men in strijd komt met het algemeen bindend besluit — interessant voor rechtsgeleerden — en daarnaast de feitelijke, veel belangrijker kwestie, de kwestie ook voor de groote maatschappij, of men den leidraad zal aannemen, ja dan neen. Wanneer men nu geen gemoedsbezwaren mocht hebben, rechtsgeleerde bezwaren of dat wel in overeenstemming is met het algemeen bindend besluit, laat men dan blij zijn dat er een rechtsgeleerde is, die het op zich neemt te zullen verdedigen ook tegen eiken rechtsgeleerden aanval, dat de leidraad niet in strijd is met het algemeen bindend besluit. Maar laat men dan verder bij het debat deze kwestie laten rusten. Niet. dat ik rechtsgeleerde debatten vrees. Maar omdat ik veel liever hoor over die feitelijke kwestie, die mij veel meer interesseert dan die rechtsgeleerde, die heel interessant is voor een juridischen debacing-avond. (Applaus).

De voorzitter:

Mag ik nu bij de sprekers op kortheid aandringen?

Het lid der centrale commissie voor de beroepsbelangen, de heer H. Pinkhof (Amsterdam):

Mijnheer de voorzitter! Die wenk valt in zooverre in goede aarde dat ik geen misbruik van den tijd zal maken, maar ik wil toch een enkel woord spreken. Ik acht mij verplicht ook het aannemen van den leidraad aan te bevelen. Dat is mij nu gemakkelijker geworden

Sluiten