Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tweeërlei doel". Ja, mijnheer de voorzitter, ik weet niet, waarom u zoo'n wanhopig gebaar maakt.

De voorzitter:

Ja, ik ben wanhopig ! (Gelach).

De afgevaardigde van de afdeeling Groningen, de heer H, G. Hamaker:

Mijnheer de voorzitter! Ik zal moeten doorgaan, al zou misschien — zeker tot mijn grootste spijt — die wanhoop op zelfmoord uitloopen. Mijnheer de voorzitter! De heer VAN BRUGGEN heeft het zoo duidelijk aangetoond: onze wensch, waar het om te doen is, is geweest dat wij krijgen die onafhankelijkheid en vrijheid van den geneeskundigen stand, die noodig zijn. Maar de heer KOCH heeft daartegenover gezegd: „Ja, maar wij hebben dreigend den vinger opgeheven tegen den wetgever, want daarvoor hebben wij de wet noodig, die het ons mogelijk maakt die voordeelen te verdedigen. Ik geloof nu wel dat de heer KOCH gelijk heeft, wanneer hij zegt: Het ingaan op den uitweg van de maatschappij-overeenkomsten maakt het mogelijk, misschien veel waarschijnlijker, dat wij een wet krijgen, die het ons veel moeilijker maakt onze rechten te verdedigen. Want dit is zeker: wanneer ergens een maatschappij-overeenkomst is gesloten en wanneer er anders geen fondsen, door ons opgericht, kunnen zijn, die aan onze eischen voldoen — dat is denkbaar bij een nieuwe wet — en de contracteerende vereeniging vindt artsen, die, buiten de maatschappij om, bij het eindigen van de maatschappij-overeenkomst, met die vereeniging willen contracteeren, dan zijn de ontslagen geneesheeren absoluut buiten eenige mogelijkheid van hun patiënten te behouden. Die kunnen, onder die omstandigheden, niet anders de verzekerden behouden dan als particuliere patiënten. Ik geloof dat hier langzamerhand meer en meer de stemming zoo wordt, en gelukkig zoo wordt, dat men al het goede inziet, door het hoofdbestuur en door den heer BERDENIS VAN BERLEKOM aangegeven, van den leidraad en van de overeenkomsten, maar tevens dat, wanneer de leidraad wordt aangenomen, het noodig is, opnieuw, maar in een beetje anderen vorm, den-vinger op te heffen en te zeggen: „Wij, de maatschappij, zullen onze medewerking weigeren aan de uitvoering van een wet, die niet de afdeelingsziekenfondsen en ziekenfondsen naar onzen zin mogelijk maakt, of aan een wet, die niet, wanneer zij niet het eerste mogelijk maakt, de publiekrechtelijke lichamen dwingt, met ons een overeenkomst te sluiten". Het komt mij voor, dat het aannemen van den leidraad er veel gemakkelijker door zal komen, wanneer het daarnaast vaststaat dat hier de vorm zal worden gezocht en gevonden om opnieuw dien dreigenden vinger op te steken, om te zeggen : „Wij willen deze overeenkomsten wel om het goede, dat er in zit, maar wij

Sluiten