Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tengewoon moeilijk zou dan de positie worden van die 500 ziekenfondsgeneesheeren, wanneer wij gingen eischen dat zij zouden moeten bedanken voor die ziekenfondsen, omdat deze alsdan niet zullen voldoen aan het algemeen bindend besluit. Daarom hebben wij gemeend dat wij dat van die geneesheeren allèèn mogen eischen, wanneer het laatste middel beproefd is, n.1. een regeling te treffen. Wij mogen in het belang van die ziekenfondsgeneesheeren niet nalaten te trachten een overeenkomst te treffen met die vereenigingen, waarvan die ziekenfondsen uitgaan en hebben er voor te zorgen dat hun positie wordt ééne, die in overeenstemming is met de waardigheid van onzen stand en met onze opvattingen omtrent de vrijheid en onafhankelijkheid, die onzen geneeskundigen stand toekomt. Eerst wanneer die poging gedaan is en wij ons bereid verklaard hebben met die rechtspersoonlijkheid bezittende instellingen een overeenkomst aan te gaan, wanneer die instellingen het sluiten van een overeenkomst met onze maatschappij op die voorwaarden zouden weigeren, eerst dan mogen wij die geneesheeren voor de vraag stellen: „Wat wilt ge, blijven bij uw ziekenfondsen of blijven bij de maatschappij?" Bovendien is het toch voor ons geneesheeren ook niet zoo verkeerd, dat wij rekening houden met het bestaan van een krachtige organisatie der arbeiders en met de wenschen, welke deze organisaties hebben. Er is nu gebleken, toch heusch niet alleen uit wat op deze vergadering is gezegd, maar ook uit hetgeen wij in verschillende bladen hebben gelezen, dat de verschillende arbeidersorganisaties op het gebied der ziekteverzekering ook haar wenschen hebben. Nu meenden wij dat misschien de leidraad den weg effende en dat die wenschen niet met elkaar in strijd behoeven te zijn. Wij hopen door de wijze, waarop deze leidraad zal worden uitgevoerd, zoowel den arbeiders als den geneesheeren te toonen dat de weg, dien wij willen inslaan, niet strijdig is met de belangen der arbeiders en ook niet met de wenschen der geneesheeren. Ik meen dus dat het groote nut van dezen leidraad is, dat wij de arbeidersorganisaties, die haar wenschen hebben, niet onnoodig prikkelen tot verzet. Was het noodig, dan ben ik niet bang voor strijd. De heer KOCH heeft een opmerking gemaakt, die misschien op velen van u indruk heeft gemaakt. Hij heeft gezegd: „Wanneer die overeenkomsten vijf jaar geduurd hebben, is de termijn verstreken en hebben die rechtspersoonlijkheid bezittende instellingen het recht het contract op zijde te zetten en over te gaan tot het stelsel van aangestelde geneesheeren. Daarvoor zegt hij, „is noodig een zóó krachtige organisatie als hij niet weet of wij wel hebben." Ik wil u even aantoonen dat die andere strijdwijze, waarbij wij besluiten geen overeenkomsten aan te gaan met de arbeidersorganisaties, een nog veel krachtiger organisatie eischt en wel ééne, die op het oogenblik over groote kracht beschikt, terwijl

Sluiten