Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kundige aan een ziekenfonds verbonden, dan betaalt hij IV2 pCt. van de bruto-inkomsten" te vervangen door de zinsnede: „Is hij als apotheekhoudend geneeskundige aan een ziekenfonds verbonden, dan betaalt hij voor ziekenfondspraktijk, uitgeoefend na 1 Juli 1914, lx/2pCt. van deze bruto-inkomsten, waaronder bij een doktersfonds verstaan wordt de ontvangsten na aftrek van het bodenloon".

5. Amendement van het hoofdbestuur :

Aan artikel 19 toe te voegen een derde lid, luidende:

,,Behalve de in het eerste lid van dit artikel genoemde verplichte bijdragen kunnen bovendien aan het fonds der centrale organisatie door leden der maatschappij vrijwillige bijdragen worden geschonken, van welke bijdragen ook aandeelen worden gegeven op de zelfde wijze als voor de hierboven genoemde verplichte bijdragen in dit artikel is bepaald '.

De afgevaardigde van de afdeeling Enschede, Mej. M. C. Metman:

De afdeeling Enschede meent dat, wanneer de apothekers een bruto-inkomen berekenen en de geneesheeren ook hun brutoinkomsten berekenen, eigenlijk de apothekers even goed nog een goed inkomen hadden, vergeleken met de geneesheeren. De geneesheeren brengen ook hun onkosten niet in rekening en daarom meent men dat de apotheekhoudende geneesheeren ook hun 2 pCt. moesten inbrengen.

De secretaris-penningmeester van het bestuur der centrale organisatie, de heer A. C. van Bruggen :

De bedoeling, mijnheer de voorzitter, van deze 1 l/2 % is vast te stellen het inkomen, dat een apotheekhoudend geneesheer ten slotte uit zijn ziekenfondspraktijk krijgt op 75 % van zijn bruto-inkomen. De kosten, die de apotheekhoudende geneesheeren opgeven te hebben, loopen ontzaglijk uiteen. Er zijn er die 10% opgeven, die 20 % opgeven, 30% en meer. Nu is onze bedoeling deze, dat als iemand een inkomen heeft uit zijn ziekenfondspraktijk van ƒ2000, hij geacht wordt ƒ1500 te verdienen. Hij betaalt dan 2 % van die ƒ1500 en dan kan hij, als hij eventueel in moeilijkheden komt, ook maar aanspraak maken op schadevergoeding naar een inkomen van ƒ1500, terwijl, wanneer wij zijn inkomen aannemen op ƒ 2000, hij meer betaalt en ook aanspraken heeft op meer schadevergoeding. Wij hebben gemeend, het midden te moeten houden tusschen 2 % en de 1 % van het vorige jaar.

Sluiten