Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorzitter! Ik voorspel dat ook deze commissie komt met allerlei opinies, waaraan zij een vorm tracht te geven, maar dat het resultaat precies het zelfde zal zijn als op het oogenblik.

De voorzitter:

Ik hoop dat uw voorspelling niet uitkomt. Kan de vergadering het aan het hoofdbestuur overlaten de commissie samen te stellen ? Zoo ja, dan is daartoe besloten.

De hoofdbestuurder-secretaris, de heer C. F. Schreve:

Mijnheer de voorzitter! Ik zou gaarne aan die commissie nog een zekere mate van andere vrijheid geven. Ik bedoel hiermede dit. In Duitschland is dertig jaar de ziekteverzekeringswet in werking en in dien tijd is daar de verhouding van huisartsen en specialisten tegenover elkander in de „krankenkassen" geregeld. Nu zou ik de commissie de vrijheid willen geven zich in een paar types van groote steden aldaar op de hoogte te stellen van de verhouding tusschen specialisten en huisartsen en van de eventueele klachten, waartoe die verhouding aanleiding heeft gegeven, opdat de commissie daarmede haar voordeel kan doen.

De voorzitter:

Mij dunkt, daar zal de vergadering geen bezwaar tegen hebben. ( pplaus). Vervolgens nemen wij als provisoiren maatregel den maatregel van het bestuur der centrale organisatie aan. Wij moeten toch een richtsnoer hebben! Kan de vergadering zich daarmede vereenigen? Niemand tegen? Dan is aldus besloten.

De secretaris-penningmeester van het bestuur der centrale organisatie, de heer A. C. van Bruggen:

De vierde maatregel is deze:

Indien specialisten het bedrag der maandkaarten niet zelf ontvangen, doch indien dat ten goede komt aan de ziekeninrichting, waar zij zonder bezoldiging spreekuur houden, wordt van dit bedrag geen bijdrage aan de centrale organisatie gevorderd.

De voorzitter:

Is daar niemand tegen ? Dan is ook dat aangenomen.

De secretaris-penningmeester van het bestuur der centrale organisatie, de heer A. C. van Bruggen:

De vijfde maatregel luidt als volgt:

De Nederlandsche geneesheeren, die aan Duitsche „Krankenkassen verbonden zijn, moeten ook van dat gedeelte van hun ziekenfondspraktijk bijdragen aan de centrale organisatie.

De afgevaardigde van de afdeeling 's-Gravenhage en O., de heer D. Snoeck Henkemans:

Moeten zij daarvan niet in Duitschland het een of ander bijdragen?

Sluiten