Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. Kon. besl. .21 Augustus 1007 11! 65 (S t b 1. 1907 lï' 439). Wij WILHELMINA enz.

Op de voordracht van Onzen Minister van Koloniën van 15 Augustus 1907, Afdeeling D, Il! 29;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Met wijziging in zoover van artikel 2 van het Koninklijk besluit van 26 Januari 1884 ff 12 (Indisch Staatsblad lls 62a) te bepalen dat de gratificatie voor uitrusting aan hen, die na de dagteekening van Ons tegenwoordig besluit door Onzen Minister van Koloniën ter beschikking van den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië worden gesteld om daar te lande te worden benoemd tot onderwijzer der 3'' klasse bij het openbaar Onderwijs, bedraagt ƒ 700 voor hen, die tijdens hun vertrek naar Nederlandsch-Indië in het bezit zijn van de akte als hoofdonderwijzer en ƒ 500 voor hen, die die akte alsdan niet bezitten, terwijl die bedragen worden verhoogd met ƒ 100 voor het bezit van een akte voor de Fransche taal en met ƒ 75 voor het bezit van elke andere volgens de wetten op het middelbaar en op het lager onderwijs verkrijgbare akte, met uitzondering van die voor de vrije- en ordeoefeningen der gymnastiek en die voor schoonschrijven, met dien verstande dat voor twee of meer akten in hetzelfde vak de verhooging slechts éénmaal wordt toegekend.

Onze Minister van Koloniën enz.

III. Kon. besl. 24 Augustus 1908 11: 33 (Stbl. 1908 Il! 249).

Wij WILHELMINA, enz.

Op de voordracht van Onzen Minister van Koloniën van 22 Januari 1908, afdeeling D, Il! 30;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Te bepalen, dat aan de onderwijzers, die door Onzen Minister van Koloniën ter beschikking van den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië zijn gesteld of zullen worden gesteld om daar te lande te worden benoemd tot onderwijzer der derde klasse bij het openbaar onderwijs, en die na 31 December 1907 in Indië zijn aangekomen of zullen aankomen, daar te lande zal worden voldaan een buitengewonegratificatie ten laste van de Indische geldmiddelen, bedragende één maand van het aktiviteits traktement waarop de eerste benoeming plaats heeft voor hen, die bij hun aankomst in Indfé ongehuwd zijn en twee maanden van genoemd traktement voor hen, die als lan gehuwd zijn.

De uitgaven, uit dit besluit voortvloeiende, komen ten laste van het lle Hoofdstuk der Begrooting van Nederlandsch-Indië.

Onze Minister van Koloniën (enz.).

Sluiten