Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

G. SCHOOLADMINISTRATIE.

Inning van achterstallige schoolgelden

Circ. Dir. O. E. F. 21 Juli 1882 W 10008 aan dc plaatselijke Schoolcommissiën.

Ik aclit liet niet overbodig onder de aandacht Uwer Commissie te brengen, dat vorderingen ter zake van verschuldigde schoolgelden tegui hen op wie het burgerlijk wetboek van toepassing is, ingevolge aitikcl 1915 van dat wetboek na vijf jaren, en tegen inlanders, overeenkomstig artikel 3 van Staatsblad 1832 n? 41, na twee jaren verjaren.

In verband daarmede heb ik de eer Uwer Commissie te verzoeken ei nauwkeurig op te willen letten dat de schoolgelden geregeld worden betaald en dat een einde gemaakt worde aan den bestaanden achterstand, die bij sommige scholen een te grooten omvang heeft verkregen.

Ten aanzien van die schulden, wier betaling noch op minnelijke wijze, noch door korting op de inkomsten uit 's Lands kas kan worden verkregen, terwijl de weg van rechten wegens onvermogen van den debiteur, dan wel wegens verjaring gepaard met onwil tot betalen, geen kans van slagen aanbiedt, verzoek ik Uwer Commissie het noorlige aan het Hoofd van gewestelijk bestuur voor te stellen, opdat zulke vorderingen op den voet der bepalingen, opgenomen in Staatsblad 18 <6 11- 169, uit de rekeningen der betrokken comptabelen kunnen worden afgeschreven.

Het besteden der gelden, toegestaan voor de schoolbibliotheken en aanschouwingsartikelen.

I. Circ. Dir. O. B. N. 22 Mei 1900 W 6952i aan de Eur. Schoolcommissiën.

Met terugzicht op dezerzijdsche circulaire van 9 September 1899 n! 15298a (1), heb ik de eer Uwer Commissie mede te deelen dat bij Gouvernements besluit van 9 dezer 11! 15 is bepaald, dat artikel 11

(') Bü die circulaire werd vooiloopig mededeeliug gedaan van de voorgenomen afschaffing der prysuitdeeling.

Voorschriften eur. onderwijs. 14.

Sluiten