Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De schoolgebouwen worden omringd door eene rondgaande galerij, breed 3 Meter aan de lichtzijden en 1.5 Meter aan de overige zijden.

l)e lichtzijde der vertrekken wordt voorzien van eene jaloesiedeur met open bovenlicht, dicht bij den wand, waar de leerlingen met hot gezicht naar toe gekeerd zijn, en van lichtopeningen van zoodanige^ grootte, dat de vertrekken behoorlijk verlicht zijn.

Van deze lichtopeningen moet bet bovenvlak van den onderdorpel der kozijnen op 1.25 Meter boven den vloer liggen.

In den achterwand van schoolgebouwen met naast elkander geplaatste lokalen, wordt in elk lokaal tegenover de deur in de lichtzijde aangebracht eene deur met glasruiten in de bovenste helft en met een open bovenlicht.

Naast die deuren in de achterwanden worden tuimelramen aangebracht, waarbij de hoogte van het bovenvlak van den onderdorpel de» kozijns boven den vloer van het vertrek minstens 3 Meter bedraagt.

ü de korte buitenmuren zijn noch deuren noch vensters

Elke binnenwand, die twee lokalen scheidt, heeft eene deur met glasruiten In de scheidingsmuren der lokalen onderling, wordt die deur zoo dicht mogelijk nabij den voormuur aangebracht

Bij" schoolgebouwen met niet naast elkander geplaatste lokalen wordt, waar noodig, van deze voorschriften afgeweken.

Alle lichtopeningen worden voorzien van beweegbare jalousieën, doch niet van glasramen, tenzij heerschende winden dit volstrekt nooclig maken. Jalousieën en buitendeuren worden steeds naar de buitenzijde geopend.

De met glasramen gesloten lichtopeningen verkrijgen een met vaste jalousieën gesloten bovenlicht.

§ 6. Plaatsing der leerlingen.

De leerlingen worden zoo geplaatst, dat het licht aan hunne linkerzijde invalt.

Geen leerling mag verder dan zes Meter van den werkmuur en 2.5 Meter uit de hoofdas der klasse zitten.

§ 7. Luchtverversching en verlichting.

1 er bevordering der luchtvervérsching worden, behalve de in 8 5 bedoelde tuimelramen, zoo noodig, roosters in de zoldering en ventilatie openingen in de muren aangebracht.

W aar de verlichting zulks eischt, worden voorts mat glazen of wit geverfde pannen in de afdaken aangebracht.

§ 8. Privaten en urinoirs.

Bij scholen voor jongens en meisjes voor elk vijftigtal leerlingen voorhanden: een meisjesprivaat, een jongensprivaat en één urinoir;

Sluiten