Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfs aanwenden om van hun recht gebruik te maken, omdat de vrees hun in den weg staat. Maar God zegt: //Niets zal Mij weerhouden van u naar verdienste te kastijden; (want hij spreekt tot het volk als tot eene gehuwde vrouw) voor de oogen uwer boelen zal Ik uwe schandelijkheid ontdekken".

En geen man zal haar uit Mijne hand verlossen. Het woord man is hier genomen voor afgoden; want het is een woord van algemeene beteekenis onder de Hebreen. Soms wordt ook dit woord, man, gebruikt als er van dieren gesproken wordt; en het wordt ook toegepast op de stukken van een dood lichaam. Want als Mozes het offer beschrijft, dat door Abraham gebracht werd, zegt hij : ,/de man werd gelegd tegenover zijn' naaste", dat is : Abraham legde de verschillende deelen van het offer bij elkander. Zoo zeggen wij daarentegen in het Fransch II n' y a piece qui la delivre de ma main, om te zeggen : er is geen mensch die haar uit mijne hand verlost. God spreekt hier dus van afgoden. Niemand, zegt Hij, zal hen uit Mijne hand verlossen. Nu verstaan wij de bedoeling, van den profeet.

Wij moeten tevens ook zien wat hij op het oog had. De Israelieten dachten namelijk, dat, zoolang hunne verdorvene wijze van Godsvei'eering nog van kracht was, zij veilig en wel waren ; het scheen onmogelijk, dat eenigerlei tegenspoed hen kon treffen, zoolang de afgoderij aanhield. Daar zij zich dus inbeeldden, dat hunne valsche goden als een onoverwinnelijke vesting rondom hen waren, zegt Hij : //Uwe afgoden zullen blijven, maar gij zult vallen ; want Ik zal voor de oogen uwer boelen uwe schandelijkheid ontdekken, en niet een hunner zal u uit Mijne hand verlossen".

Nu treedt de profeet in bijzonderheden, en in de eerste plaats zegt hij, dat het volk beroofd zou worden van hunne offers en hunne feestdagen, en van geheel die uitwendige pracht, die voor hen het gewaad was van den Godsdienst. Dan voegt hij er bij, dat zij beroofd zouden zijn van hun voedsel en van al hun' overvloed. Tot nu toe had hij gesproken van hunne naaktheid; maar nu duidt hij aan waarin die naaktheid zou bestaan, en hij vermeldt inzonderheid, dat de offers zouden ophouden, hunne feestdagen, nieuwe maanden, en alles, wat tot den uitwendigen eeredienst behoort, zouden ophouden. Ik zal doen ophouden, zegt Hij, al hare vroolijkheid. Ongetwijfeld spreekt Hij van heilige vroolijkheid, en dit kan gemakkelijk uit het context worden afgeleid. Hij voegt er bij, hare feesten. Daar zij op hunne feestdagen plachten te dansen kan het wezen, dat hierop gezinspeeld wordt. Daarna voegt hij er bij hare sabbatten, ja, al hare gezette hoogtijden. De eerste soort van naaktheid was dus, dat God van de Israelieten zou wegnemen dien bedriegelijken en ledigen vorm van Godsdienst,

Sluiten