Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In dit vers verklaart de profeet duidelijker wat hij te voren gezegd had, n.1. dat er eene nieuwe gezindheid in het volk zou zijn, zoodat zij God op zuivere wijze zouden aanbidden, terwijl zij te voren in hunne bijgeloovigheden verstrikt waren. De beteekenis is alzoo, dat de Godsdienst dan wederom in den rechten toestand zal komen, want de namen der Baalim zullen ophouden. Wij hebben reeds gezegd van waar die naam ontstaan is. Zelfs de Heidenen wenschten niet den eenigen, waren God van Zijn' troon in den hemel te stooten, door zich vele goden te maken; maar terwijl zij een Opperwezen erkenden, verlangden zij ook beschermers te hebben, die zij gebruikten om Zijne gunst en welwillendheid voor zich te verkrijgen. Dat dit meestal de algemeen aangenomene leerstelling was, kan men gemakkelijk opmaken uit de geschriften van Plato, en ook de Joden hebben ongetwijfeld gedacht wijs te handelen, zoo zij het oordeel volgden van anderen; vandaar dat ook zij hunne Baalim hadden. Maar hoewel zij hunne beschermers Baalim noemden, gaven zij dien naam toch ook aan God : //Laat ons Baalim bidden". Evenzoo doen de Papisten; als zij hunne tempels binnentreden, wenden zij zich terstond tot het beeld van Maria, of van den een' of anderen heilige, en durven niet tot Godzelf te naderen. Intusschen aanbidden zij God, dat is, zij wenden voor God te aanbidden, en zij noemen hun bijgeloof Godsvereering. Zoo was het onder de Israelieten ; hoewel de majesteit van den Oppersten God niet geloochend werd, gebeurde toch, wat ook de Papisten zeggen : //Dat Christus niet onderscheiden wordt van zijne apostelen"; zoo was ook bij hen alles verward en door elkander gehaspeld. Daarom zegt Hij: Ik zal de Baalim van haren mond iveg doen ; en zij zal den naam der Baalim niet meer gedenken; hetgeen beteekent: //Zij zullen tevreden zijn met de belijdenis van het zuivere geloof, en zullen den naam loven van den eenigen waren God ; zij zullen hunne uitleggingen niet meer vermengen inet de leer der wet, en dus niet meer de zuivere en heilige Godsvereering verderven, maar rust vinden in den eenigen waren God." Nu verstaan wij de bedoeling van den Profeet.

Uit deze Schriftuurplaats nu leeren wij, dat de Kerk niet recht hervormd kan worden, of zij moet gehoorzaamheid leeren door de herhaalde kastijdingen Gods; want daardoor schept de Heere zich een nieuw volk. Wij zien heden tendage welk eene stompzinnigheid heerscht over den geest van hen, die niet recht toebereid werden voor de aanbidding Gods. Zij lachen wel om het bijgeloof van het Pausdom, maar intusschen zijn zijzelf eene soort van cyclopen 1) en wij bemerken, dat er niets

1) Eenoogige reuzen uit de fabelleer. Zij, die hier bedoeld worden, hadden wel een oog voor de ongerijmdheden van het Pausdom, maar geen oog om de schoonheid en heerlijkheid van het Evangelie te zien. Vert.

Sluiten