Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

troon van David zal blijven bestaan." (Psalm 89 : 38). Vandaar dat na den dood van David de profeet hier toont, dat zijn koninkrijk tot in eeuwigheid zou zijn; want hij leefde voort in zijne kinderen; en, gelijk duidelijk blijkt, noemden zij hun Messias gewoonlijk Zone Davids. Nu komen wij noodzakelijkerwijs tot Christus, want Israël kon hun koning David niet zoeken, die reeds lang dood was; maar zij zouden dien Koning zoeken, dien God uit de nakomelingen van David beloofd had. Deze profetie strekt zich dus ongetwijfeld uit tot Christus; en het is duidelijk, dat de eenige hoop op de weder bijeenvergadering des volks hierin bestond, dat God betuigd had, dat Hij een' Verlosser zou geven.

Wij zien dan nu wat de profeet op het oog had : de Israelieten waren ontaard, en hadden, vanwege hunne trouweloosheid opgehouden het ware en echte volk Gods te zijn, zoo lang zij vervreemd bleven van het geslacht van David. Sprekende van hunne volkomene wederherstelling, verbindt de profeet nu David met God; want zij konden niet weder hersteld worden in het lichaam der Kerk, zonder zich te vereenigen met de Joden in het eeren van een en hetzelfde Hoofd. Maar wij moeten ons tevens herinneren, dat de Koning, van wien de profeet melding inaakt, niet is David, die reeds lang dood was, maar zijn Zoon, aan wien het eeuwigdurende zijns koninkrijks beloofd was.

Deze leer is inzonderheid nuttig voor ons, want zij toont, dat God niet gezocht kan worden dan in Christus, den Middelaar. Al wie dus Christus verzaakt, verzaakt God, want, gelijk Johannes zegt : ,/Een iegelijk, die den Zoon loochent, heelt ook den Vader niet", (1 Joh. 2 : 23). En de zaak zelve bewijst dit; want God woont in een ontoegankelijk licht; hoe groot is dan niet de afstand tusschen ons en Hem. Hoe zouden wij dus, tenzij Christus zich ons aanbiedt als tusschenpersoon, tot God kunnen komen ? Maar dan eerst beginnen wij waarlijk God te zoeken, als wij onze oogen op Christus richten, die zich ons vrijwilliglijk aanbiedt. Dit is de eenige weg om God op de rechte wijze te zoeken.

Sommigen beweren met meer spitsvondigheid, dat Christus Jehovah is, omdat de profeet zegt, dat Hij op geene andere wijze gezocht moet worden dan waarop God gezocht wordt. Door het woord zoeken bedoelt de profeet inderdaad, dat er voor de Israelieten geen andere weg was om veilig en gerust te zijn, dan te vluchten onder de hoede en bescherming van hun' wettigen koning, dien zij wisten door God verordineerd te zijn. Dit zou dus niet kunnen volstaan om de meening der Joden te weerleggen. Ik vat die plaats eenvoudiger op, als beteekenende, dat zij hun' God zouden zoeken in den persoon des Konings, wiens

hand en werk God wilde gebruiken voor de bewaring Zijns volks.

Sluiten