Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu volgt verder: En zij zullen Jehovah en Zijne goedheid vreezen m liet laatste der dagen. Het werkwoord be-

teekent somtijds vreezen, of bang zijn, gelijk zij, die zóó verschrikt werden, dat zij allen moed verloren. Maar in deze plaats moet het in den gunstigen zin genomen worden van vreezen, gelijk duidelijk blijkt uit den samenhang. Hij zegt dus : Zij zullen God vreezen en Zijne goedheid. De Israelieten hadden te voren Gods juk afgeschud; want het was wel een bewijs van moedwillige verachting in hen om een' nieuwen tempel te bouwen, eigenwillig eene nieuwe Godsvereering uit te denken, in één woord, zich toomelooze ongebondenheid te veroorloven. Vandaar dat hij .egt: Zij zullen daarna beginnen God te vreezen, en in Zijn' dienst te volharden.

En hy voegt er bij, en Zijne goedheid, waarmede hij bedoelt, dat God niet eene verschrikking voor hen zou zijn, maar dat Hij hen liefelijk tot zich zou lokken, zoodat zij Hem vrij en uit eigen beweging, ja met blijdschap zouden gehoorzamen, en ongetwijfeld doet God ons Hem wezenlijk vreezen, als Hij ons jijne goedheid doet smaken. Want Gods majesteit verschrikt ons, en dan zoeken wij schuilplaatsen; en als het ons mogeliik ware van Hem weg te komen, zou ieder onzer dit gaarne doen ; maar het is niet God met betamelijken eerbied aanbidden, als

W1J „ Cm wegyluchten- '/-Bij U is vergeving", zegt David, opdat Gij gevreesd wordt" (Psalm 130 : 4), want, tenzij de menschen weten, dat God bereid is om vrede met hen te hebben, en zij zich verzekerd gevoelen, dat Hij hun genadig zal zijn zal niemand Hem zoeken, zal niemand Hem vreezen, want als wy dit niet weten, zouden wij slechts kunnen wenschen dat Zijne heerlijkheid te niet zou gaan, dat Hij geen macht of gezag zou hebben, opdat Hij niet onze Rechter worde. Maar een iegelijk, die Gods goedheid gesmaakt heeft, schikt zich om God te gehoorzamen.

Dit is het alzoo wat de profeet bedoelt, als hij zegt: Ban zullen zij God vreezen, nl. zij zullen begrijpen, dat zij ongelukkig zijn gewees , zoolang zij van Hem vervreemd waren, en dat het ware geluk bestaat in Hem onderworpen te zijn.

En voorts: deze goedheid moet teruggeleid worden tot Christus. Sommigen nemen «Qlfc voor heerlijkheid, zooals in Exodus

Ü L ? ; T"' f verband van deze Schriftuurplaats eischt, dat het woord in den eigenlijken zin zal genomen worden. En wij weten, dat Gods goedheid ons zoodanig getoond zal worden in Christus, dat met het minste of geringste deeltje er van elders gezocht worde, want uit deze fonlein moeten wij alles putten wat tot onze zaligheid en ons levensgeluk noodie is. Laat ons dan weten, dat God niet van harte door ons aangebeden kan worden, tenzij wij Hem aanschouwen in Zijn' Zoon,

Sluiten