Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oog op Hem gericht houden, dan bewaren wij kuisch onze getrouwheid jegens Hem. Maar als wij afgoden navolgen, dan is het, dat wij van God afhoereeren. Laat ons nu voortgaan.

13. Op de hoogten der bergen offeren zij, en op de heuvelen rooken zij, onder een eik, en populier, en iepeboom, omdat derzelver schaduw goed is ; daarom hoereeron uwe dochteren, en uwe bruiden bedrijven overspel. 14. Ik zal over uwe dochteren geene bezoeking doen omdat zij lioereeren, en over uwe bruiden omdat zij overspel doen ; want zij zelve scheiden zich af met de hoeren, en offeren met de snoodste hoeren ; het volk dan dat geen verstand heeft, zal omgekeerd worden.

De profeet toont hier duidelijker aan, waarin de hoererij bestond, om welke hij het volk had veroordeeld, nl. dat zij God aanbaden onder boomen en op hoogten. Dit is dus uitleggend, want de profeet omschrijft wat hij te voren onder het woord hoererij verstond, en deze uitlegging was inzonderheid nuttig, ja noodzakelijk. Want wij weten, dat de menschen niet zoo licht toegeven, inzonderheid als zij eene verontschuldiging meenen te kunnen aanvoeren voor hunne zonde, gelijk het°geval is met de bijgeloovigen : als de Heere hun verdorvene wijze van Godsvereering veroordeelt, zullen zij terstond morren en stoutmoedig protesteeren : „Hoe ! moet het hoererij heeten, als wij God aanbidden?" Want zij denken, dat alles wat zij in hun onnadenkenden ijver doen, onberispelijk is. Zoo achten de Papisten van heden ten dage het eene onbetwistbare zaak, dat hunne wijze van Godsvereering door God wordt goedgekeurd ; want, hoewel niets op Gods Woord gegrond is, is toch hunne goede bedoeling (gelijk zij zeggen) meer dan eene voldoende verontschuldiging. Vandaar dat zij luide tegen God durven roepen, als Hij hunne verdorvenheden en misbiuiken veroordeelt. Ongetwijfeld is deze hoogmoed er van den beginne af geweest.

Daarom achtte de profeet het noodig den Israelieten openlijk en duidelijk te toonen, dat zij, hoewel in den waan verkeerende God met vromen ijver en goede bedoeling te aanbidden, met dat al slechts hoererij pleegden. „Het is hoererij^, zegt hij, „als gij onder boomen offert". „Hoe! is het niet altijd prijzenswaardig geacht geworden om offers te brengen en wieiook te branden voor God ? Dit het oogmerk der Israelieten zijnde, wat was dan de reden, dat God zoo vertoornd op hen was .J

Sluiten