Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermengen". Want dit kan Hij niet verdragen, gelijk Hij ook in Ezechiel 20 verklaart: ,/Gaat henen, dient uwe afgoden, Ik verwerp al uwe aanbidding". Zoo zwaar was de Heere beleedigd, zelfs wanneer Hem offers gebracht werden. Waarom ? Omdat het eene soort van verontreiniging was, als de Joden beleden Hem te aanbidden, en dan toch hunne goddelooze bijgeloovigheden volgden. Nu zien wij de beteekenis van dit vers. Volgt: —

16. Want Israël is onbandig, als eene onhandige koe ; nu zal hen de Heere weiden, als een lam in de ruimte.

De profeet vergelijkt Israël hier bij eene ontembare vaars. Sommigen vertalen vEene dwalende vaars", en wij zouden het kunnen overzetten door „Eene dartele vaars". Aan anderen komt het echter voor, dat meer bijzonder afvalligheid bedoeld was, omdat zij teruggeweken waren, of van God waren weggegaan ; maar die vergelijking is niet zoo passend. Zij vertalen het door: ,/Als eene afwijkende", of „ teruggaande vaars"; maar ik geef er de voorkeur aau om het woord te beschouwen in de beteekenis van uitgelaten, of dartel; en de straf, die er bijgevoegd is : De Heere zal hen weiden, als een lam in de ruimte, komt daarmede het best overeen, gelijk wij terstond zien zullen.

Het moet in de eerste plaats verstaan worden, dat Israël vergeleken wordt bij eene vaars, en wel bij eene, die dartel is, niet rustig in haar stal kan blijven, noch gewend kan worden aan het juk : vandaar dat er bijgevoegd wordt: Nu zal hen de Heere weiden, als een lam in de ruimte. De beteekenis dezer zinsnede kan tweeërlei zijn ; ten eerste : dat de Heere hen zal overlaten oin zich naar hartelust toe te geven aan hunne weelde en hunne zwelgerij ; en het is eene ontzettende straf, als de Heere de onmatigheid van de menschen niet intoomt, maar hen overlaat om zich onbeperkt in alles te buiten te gaan. Vandaar dat sommigen aan de passage deze beteekenis geven. God zal hen nu weiden als een lam, dat is, gelijk een schaap ontbloot van verstand, en in eene ruime plaats, namelijk in eene vruchtbare weide, die voedsel aanbiedt tot verzadigens toe. Het komt mij echter voor, dat de profeet iets anders bedoelde, dit namelijk, dat de Heere Israël zoo zou verstrooien, dat zij zouden zijn als een lam in de ruimte. Wij weten, dat het aan schapen bijzonder eigen is, om onder de zorge des herders te blijven; en een schaap, dat in de eenzaamheid wordt gedreven, geeft door blaten te kennen, dat het bang is, en dat het, als het ware, naar den herder en de kudde zoekt. Kortom, een schaap is geen dier, dat de eenzaamheid mint, en het maakt voor schapen en lam-

Sluiten