Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wrake niet op eens uitstort, maar door eene verborgene vermolming werkt. Nu zien wij wat Hoséa in dit vers bedoelt.

13. Als Efraïm zijne krankheid zag en Juda zijn gezwel, zoo toog Etraïm tot Assur en hij zond tot den koning Jareb; maar die zal ulieden niet kunnen genezen en zal het gezwel van ulieden niet heelen.

Hier klaagt de Heere, dat Hij met de gewone middelen Israël te vergeefs had gekastijd ; want zij dachten zeiven geneesmiddelen bij de hand te hebben, en keerden hunne gedachten dus tot eene ijdele hoop. Dit wordt gewoonlijk door de meeste menschen gedaan ; want als de Heere zachtkens met ons handelt, dan bespeuren wij Zijne hand niet, maar denken dat ons het kwaad, bij toeval overkomt. En alsof wij dan niets met God van doen hadden, zoeken wij naar geneesmiddelen, en richten onze gedachten en ons hart naar elders. Dit is het dus wat God thans in de Joden en Israelieten bestraft; Efraïm, zegt Hij, zag zijne krankheid en Juda zijn gezwel. Wat deed hij toen ? Efraïm toog tot Assur, zegt hij, en zond tot den koning Jareb, dat is : „Zij keerden niet terug tot Mij, maar dachten, dat zij zelf wel geneesmiddelen hadden ; ijdel werd dus de arbeid, dien Ik ondernomen had om hen te verbeteren". Dat is de beteekenis.

Hij zegt, dat Efraïm zijne krankheid, en Juda zijn gezwel had gezien; maar dit moet niet zoo verstaan worden, alsof zij er de oorzaak van inzagen; want de goddeloozen zijn blind voor de oorzaken van het kwaad, en letten slechts op hunne oogenblikkelijke smart, zij zijn als onmatige menschen, die, als zij door krankheid worden aangegrepen, hitte gevoelen en pijn in het hoofd, en andere verschijnselen waarnemen, terwijl zij zich niet bekommeren om de krankheid zelve, en niet nagaan hoe zij zich die smarten op den hals hebben gehaald, teneinde dan naar geschikte geneesmiddelen om te zien.

Zoo kende dan Efraïm zijne krankheid, maar zag er de oorzaak van voorbij, hij gevoelde slechts de oogenblikkelijke pijn. Zoo kende ook Juda zijn gezwel, maar hij begreep niet, dat hij door de hand Gods geslagen en gewond was, hij was slechts onder den indruk van de oogenblikkelijke smart; zooals redelooze dieren, die den slag gevoelen en kermen, terwijl zij intusschen noch rede noch verstand hebben om te weten van waar of waarom het kwaad over hen gekomen is. In één woord de profeet veroordeelt hier dit redelooze onverstand in beide volken, want zij hebben zich Gods roede niet zoo ten nutte gemaakt om tot Hem weder te keeren, integendeel, zij zagen

Sluiten