Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hier spot de profeet met de domheid des volks, en er zijn vele dergelijke plaatsen, die overal voorkomen, inzonderheid in de profeten, waarin God het volk dezen waanzin voor de voeten werpt, dat zij zich tot zulk eene onzinnige wijze van Godsvereering hebben begeven. Immers wat druischt meer in tegen alle rede en gezond verstand, dan dat de mensch zich buiet voor een dood stuk hout, of voor een' steen, en er heil van verwacht ? Nu doen de ongeloovigen hun mom aan en zeggen, dat zij God in den hemel zoeken, en, omdat afgoden en beelden typen zijn van God, komen zij door hen tot Hem; maar toch is het duidelijk en blijkbaar wat zij doen. Deze voorwendsels zijn dus volkomen ijdel, want hunne stompzinnigheid is openbaar, wanneer zij aldus voor hout of steen de knieën buigen. Daarom geeft de profeet zijne verontwaardiging te kennen wegens dezen onzin, omdat de mensch den afgod gemaakt heeft. „Kan een sterfelijk mensch een god maken ? Gij schrijft zeer stellig goddelijkheid toe aan het kalf; heeft

»-» J.'l * • • I , n 3

>c.K..uui uil in zijne macnt r L»e mensch heeft zich zeiven het leven met gegeven, en dit leven, dat hij uit en naar het welbehagen van een ander heeft ontvangen, kan hij zelf geen enkel oogenblik bewaren ; hoe zou hij dan van hout of steen een' god kunnen maken ? Wat is dit voor waanzin ?

Dan voegt hij er bij : Het is geen God, want tot stukken zal het kalt van Samaria worden. Uit de gebeurtenis toont de piofeet hier aan, dat er kracht noch goddelijkheid was in het kalf, omdat het tot gruis zal worden. De gebeurtenis zal dan eindelijk aan het licht brengen, hoe dwaas de Israelieten zich nebben aangesteld, toen zij zich een kalf formeerden, dat hun het symbool der Goddelijke tegenwoordigheid zou zijn. Nu zien wij wat de profeet bedoelt, want hij doet de zonde van Israël sterker uitkomen door er op te wijzen, dat zij niet door anderen er toe gebracht werden om de ware en zuivere aanbidding Gods te verlaten, maar dat zij hunne eigene bedriegers zijn geweest. Dit. is de beteekenis. Nu volgt:

7. Want zij hebben wind gezaaid, en zullen een wervelwind maaien; het zal geen staande koren hebben, het uitspruitsel zal geen meel maken; of het misschien maakte, vreemden zullen het verslinden.

ue proteet toont hier door een ander beeld, hoe onnut de Israelieten zich afsloofden in hun' verdorven eeredienst, en hoe ydel de verontschuldiging was van hunne bijgeloovigheden. En deze bestraffing is ook heden nog zeer noodig. Want wij zien, dat geveinsden, wier schuld al honderdmaal bewezen is,

Sluiten