Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan hen geen welbehagen". Hier verwerpt hij, in den naam van God hnnne offeranden, want wat zij zich ook mochten voorspiegelen, het was genoeg, dat zij zich zeiven die wijze van eeredienst hadden uitgedacht, want God had dit met geen enkel woord bevolen.

Nu volgt: Nu zal ik hunner ongerechtigheid gedenken, en hunne zonden bezoeken. De profeet kondigt eene toekomstige straf aan, opdat de geveinsden zich niet zullen vleien inet straffeloosheid, als Gods gramschap niet terstond over hen wordt uitgestort, want zij zijn gewoon de lankmoedigheid Gods te misbruiken. Vandaar dat Hoséa hen nu vooruit waarschuwt, en zegt : //God moge een tijd lang door de vingers zien, dat is echter voor de lsraelieten geene reden om te denken, dat zij straffeloos zullen blijven. ,/Ten laatste", zegt hij, „zal God hunne ongerechtigheid gedenken". Hij gebruikt eene gewone wijze van spreken, die overal in de Schrift voorkomt. God wordt gezegd te gedenken, als Hij met uitgestrekte hand zich een wreker betoont. De Heere spaart u thans, maar weldra zal Hij toonen, hoezeer Hij uwe offeranden verafschuwt. Rij zal dus uu:er ongerechtigheid gedenken". De bezoeking volgt op dit gedenken, als het gevolg op de oorzaak.

Zij zullen vlieden naar Egypte, zegt hij. Ik twijfel niet, ot de profeet geeft hier te kennen, dat al de wegen ter ontkoming, die de lsraelieten zouden zoeken, ijdel zullen blijken ; en hoewel God hun zou kunnen toelaten naar Egypte te vluchten, zou dit hun van geenerlei nut of voordeel wezen. //Gaat heen, vlucht naar Egypte, maar uwe vlucht zal nutteloos zijn". De profeet geeft dit duidelijk te kennen, opdat het volk zou weten, dat zij met God te doen hebben, tegen wien zij zich niet kunnen verweren, en opdat zij zich niet langer door ijdele droombeelden zouden bedriegen. En nu was het volk wel door zoo groote halsstarrigheid verblind, dat deze vermaning zonder uitwerking op hen bleef, maar zoo veel te minder waren zij nu ook te verontschuldigen. Nu volgt: —

14. Want Israël heeft zijn' Maker vergeten, en tempelen gebouwd, en Juda heeft vaste steden vermenigvuldigd; maar Ik zal een vuur zenden in zijne steden, dat zal hare paleizen verteren.

Hier besluit de profeet zijne voorgaande opmerkingen. Het is waarschijnlijk, dat hij ze op verschillende tijden heeft uitgesproken, maar, gelijk ik reeds gezegd heb, de hoofden der redenen, die de profeet heeft uitgesproken, zijn in dit boek bijeengebracht, zoodat wij kunnen weten wat hij leerde. Hij

Sluiten