Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de uiterste strengheid jegens hen had gehandeld. Ik heb hem getrokken, zegt Hij, met menschenzeelen, met touwen der liefde. Met menschenzeelen bedoelt Hij eene vriendelijke, welwillende regeering. „Tk heb u niet als slaven behandeld", zegt Hij, ,/maar met u gehandeld als met kinderen ; en Ik heb u niet beschouwd als vee, of als lastdieren, Ik heb u niet in een' stal gejaagd; Ik heb u slechts met koorden der liefde getrokken". Waar het alles op neerkomt is, dat de regeering, waaraan God het volk had onderworpen, een stellig en zeer bijzonder teeken was van Zijne vaderlijke gunst, zoodat het volk niet over te groote strengheid had te klagen, alsof God hun' aard had in aanmerking genomen, en dus voor een' harden knoop eene harde wigge had gebruikt, (gelijk een bekend spreekwoord zegt); want indien God op die wijze met het volk had gehandeld, dan zouden zij hebben kunnen zeggen, dat zij niet vriendelijk door Hem getrokken waren, dat het dus geen wonder was, zoo zij Hem niet gehoorzaamden, wijl zij zoo hard en ruw behandeld waren. „Maar", zegt de Heere, „zij hebben geen' grond om te beweren, dat Ik strengheid jegens hen heb gebruikt; want Ik zou niet vriendelijker jegens hen hebben kunnen handelen ; Ik heb hen getrokken met menschenzeelen; Ik heb niet anders over hen geregeerd, dan als een vader over zijne kinderen ; Ik ben goed en milddadig voor hen geweest. Ik heb gewenscht hun goed te doen, en, gelijk recht en betamelijk was, heb Ik gehoorzaamheid van hen geëischt. En tevens heb Ik hun een juk opgelegd, geen slavenjuk, geen juk zooals men op lastdieren legt; Ik was tevreden met eene vaderlijke tucht". Daar nu zoodanige goedheid geen invloed op hen heeft uitgeoefend, is het dan niet juist en recht om tot de gevolgtrekking te komen, dat hunne boosheid zeergroot en onverbeterlijk is?

Dan voegt Hij er bij : Ik icas hun als degenen, die het juk van op hunne kinnebakken oplichten. „Ik heb u", zegt Hij z/geene te zware lasten opgelegd, zooals ossen en andere dieren beladen worden, maar Ik heb het juk van op het kinnebakken opgelicht. Ik heb, om deze goddelooze en booze menschen te verlichten, liever zelf het juk gedragen." En niet te vergeefs voert God dit aan, want wij weten, dat, zoo Hij Zijne macht aanwendt, en Zijn gezag laat gelden, Hij dit niet doet om het volk te belasten, gelijk aardsche koningen plegen te doen, maar Hij draagt den last, die Hij de menschen oplegt. Geen wonder dus, dat Hij nu zegt, dat Hij het juk had opgelicht van de kinnebakken Zijns volks, gelijk iemand, die zijn' os niet wil belasten, maar zelf met zijne eigene handen het juk draagt, opdat de os niet zou bezwijken van vermoeidheid.

Daarna voegt Hij er bij : en Ik deed hen eten in rust, of //Ik

Sluiten