Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijzen, zooals dit gemeenlijk geschiedt, en zeggen, dat zij met geene andere bedoeling altaren gebouwd hebben, dan om overal den naam Gods bekend te maken, en ook onder henzelven eenige teekenen en zinnebeelden van den Godsdienst te behouden. Daar zij op die wijze eene wolk van rook lieten opgaan, om hunne goddeloosheid te bedekken, zegt de profeet: „Zij vragen waarlijk nog, alsof het aan twijfel onderhevig ware, of er ongerechtigheid is in Gilead; laat hen maar vragen, en twisten, voorzeker," zegt hij, „Zij zijn ijdelheid ; letterlijk, gewis, zij zijn leugen geweest; maar hij bedoelt, dat zij dwaselijk met die beuzelachtige verontschuldigingen aankomen, waardoor zij trachten aan de misdaad en derzelver straf te ontkomen. Hoe was het, dat zij ijdel waren ? Omdat God Zijne wet hooger schat dan alle menschelijke uitleggingen, en Hij wil, dat alle. menschen Zijn Woord zullen gelooven, zonder twisten of bedenken, maar als zij loszinnig afwijken van Zijne geboden, dan is dit iets, dat Hij niet kan dulden. Zij zijn dus onwaar, en zij bedriegen zich zeiven, die denken, dat hunne eigene verzinselen van eenigerlei waarde zijn bij God. Hij toont aldus hunne misdaad aan.

Te Gilgal, zegt hij, offeren zij ossen. Hieronymus vertaalt: „Zij offeren aan ossen", en hij denkt, dat de Israëlieten hier bestraft worden, omdat zij aan de kalveren offerden ; maar dit schijnt te ver afgeweken van de woorden van den profeet. De proleet noemt dus hunne zonde — zij offerden ossen en vermenigvuldigden de altaren. Toch schijnt het een prijzenswaardige ijver te zijn, dat zij de altaren vermenigvuldigden, en God overal aanbaden, moeite noch onkosten spaarden, niet tevreden waren met enkele offers, maar een groot aantal brachten . dit alles scheen niet weinig lof te verdienen ; maar,

gelijk reeds gezegd is, de Heere stelde geen prijs op deze verdorvene praktijken ; want Hij wilde alleen door Zijn volk aangebeden worden ; Hij wilde dat hunne Godsvrucht aan dit eenvoudige feit getoetst kon worden : — hunne gehoorzaamheid aan Zijn Woord. Als wij ons afwenden van Gods Woord, ja, als wij ons teugelloos aan alle nieuwe verzinselen overgeven, dan kunnen wij wel met schoonklinkende woorden zeggen, dat het ons doel is God te aanbidden, maar dit alles is niet dan een ijdel, bedriegelijk voorwendsel, gelijk de profeet hier ver-

klaart. .

Hieronymus vergist zich in zijne meening, dat Gilgal eene stad was in den stam van Juda; en die onderstelling voegt ook niet bij deze Schriftuurplaats, want Juda was toen, gelijk wij weten, vrij van deze grove verontreiniging. Juda was toen no°- niet bezoedeld door de onreinheid, die de profeet hier in he? rijk van Israël veroordeelt. Het is dus zeker, dat Gilgal

Sluiten