Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIII.

1. Als Efraïm sprak, zoo beefde men, i) hij heeft zich verheven in Israël; maar hij is schuldig geworden aan den Baal en is gestorven.

De uitleggers zijn het niet eens onder elkander in hunne beschouwing van dit vers. Sommigen zeggen, dat er in Israël een beven ontstond, als Efraïm, dat is, Jerobeam, die uit dien stam was, het volk vermaande om de kalven te aanbidden. Door het woord //Siddering" verstaan zij, dat het volk

zóó verbaasd was, dat zij zonder nadenken terstond aan den wil, of liever aan de luim, van hun' goddeloozen koning gehoorzaamden. Neemt men die beteekenis aan, dan kan het woord, siddering, nog anders verklaard worden, namelijk zoo : dat het volk niet terstond dien verdorven eeredienst aannam, maar vreesde, gelijk gewoonlijk het geval is ten opzichte van nieuwigheden, ten gunste waarvan niets redelijks aangevoerd kan worden. Doch naar mijn oordeel wijken deze uitleggers gansch en al af van de bedoeling van den profeet, wanT de profeet stelt integendeel den tweeledigen toestand voor van het rijk van Israël, opdat het voortaan openbaar zou zijn, dat de tien stammen door hunne eigene schuld door den Heere verworpen werden, en dus vervallen waren van de waardigheid, tot welke de Heere hen had verheven.

Daarom zegt hij : Als Efraïm te voren sprak, werd zijne stem gevreesd, en hij verhief zich in Israël; dat is : onder het gansche geslacht van Abraham. Maar nu is hij dood of is hij gevallen, nadat hij begonnen was te zondigen in Baal. In de eerste zinsnede brengt de profeet dus de eer in herinnering, waarmede God dien stam had bevoorrecht. Efraïm was, naar wij weten, de jongste der zonen van Jozef. Manassa had niet slechts den voorrang behooren te hebben, hij had ook in dat geslacht alleen behooren te regeeren, want het volk was verdeeld in twaalf stammen. Maar God wilde in het huis van Jozef twee hoofden verwekken, en stelde den jongste boven den eerstgeborene.

1) De kantteekening op den Statenbijbel geeft de lezing: „Als Efraïm bevende," of met beven, sprak.

Sluiten