Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zichzelve bestaan, zoo zij niet van elders hare kracht ontleende ?

Derhalve behoort dit woord vervuld te worden : „Zend Uwen Geest uit en zij worden geschapen, en Gij vernieuwt het gelaat des aardrijks" en anderzijds: „Wanneer de Heere Zijnen Geest wegneemt, vergaat alles tot stof, waaruit het ontstaan is, en verdwijnt". Ps. 104 vs. 29 v. v.

3. En God zeide. Nu eerst voert Mozes God sprekende in, alsof Hij dien klomp van hemel en aarde had geschapen zonder het Woord. En toch getuigt Johannes, dat niets van al, wat gemaakt is, zonder hetzelve gemaakt is (Joh. 1 : 5). Toch is het zeker, dat de wereld door dezelfde kracht des Woords waarmee zij voltooid is, ook is ontstaan; maar God laat Zijn Woord alleen in de Schepping des lichts hooren, omdat in de onderscheiding daarvan zijne wijsheid begon zichtbaar te worden. En dit ééne alleen is voldoende, om de lastering van Servet te weerleggen. Deze schaamtelooze hond blaft, dat dit het eerste begin des Woords geweest zij, toen God beval, dat er licht zou zijn, alsof de oorzaak niet voorafgaat aan zijne werking. Integendeel ; als door het Woords Gods plotseling dingen, die niet waren, bestaan kregen, moet veelmeer het eeuwig bestaan daarvan hieruit afgeleid worden. En daarom bewijzen de Apostelen de Godheid van Christus terecht hieruit, dat, wijl Hij het Woord Gods is, alle dingen door Hem zijn gemaakt. Servet denkt, dat er eene nieuwe eigenschap in God ontstaat, als Hij begint te spreken. Maar geheel anders moet over het Woord Gods worden geoordeeld, n.1. dat de wijsheid zetelt in God, en dat zonder deze God nooit kon bestaan; dat echter de uitwerking daarvan te voorschijn trad, toen het licht geschapen is.

Er zij licht. Het licht, zulk een voortreffelijk sieraad, waarmede de wereld moest versierd worden, behoorde eerst te zijn, en dit was ook de aanvang der nadere onderscheiding. Dat echter het licht voorafging aan zon en maan, gebeurde niet zonder reden, noch toevallig. Niets doen wij lichter, dan de macht Gods verbinden aan de middelen, welker diensten Hij gebruikt. Zon en maan dienen ons het licht toe. Die kracht binden wij in onze gedachten zoozeer aan deze vast, dat, zoo ze uit de wereld werden weggenomen, het ons toeschijnt, dat geen licht zou kunnen overblijven. Derhalve betuigt ons God door de scheppingsorde zelve, dat Hij het licht in Zijne hand heeft, en

Sluiten