Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, dat wij daarnaar streven. Toch moet de voet een weinig op de aarde worden gezet, als wij in aanmerking nemen de gastvrijheid, waarvan God wilde, dat de mensch gedurende eenigen tijd zou gebruik maken. Want stilstaande bij deze geschiedenis, leeren wij, dat Adam van Godswege tot bewoner der aarde gesteld is, opdat hij, zijn tijdelijk leven daarop doorbrengende, de hemelsche heerlijkheid zou bedenken. Hij is door den Heere met ontelbare weldaden rijkelijk begiftigd, opdat hij door 't genot daarvan Zijne Vaderlijke goedheid zou leeren kennen. Spoedig voegt Mozes er aan toe, dat hem de bebouwing der aarde is bevolen, en de vruchten zijn gegeven om daarvan te eten. Dit alles nu past niet op den loop der maan in de luchtstreken. Ofschoon wij hebben gezegd, dat het Paradijs tusschen 't Oosten en Judaea lag, toch kan men iets naders over die streek willen weten.

Zij, die beweren, dat het in de buurt van Mesopothamië ligt, steunen daarbij op niet te verachten gronden, omdat 't waarschijnlijk is, dat de nakomelingen van Eden in het aan de rivier de Tiger grenzend gebied hebben gewoond. Maar, omdat deze beschrijving straks volgt bij Mozes, is 't beter tot die plaats dit te verschuiven. Verkeerd is de oude uitlegging, die uit den eigennaam Eden „genieting" heeft gemaakt. Ik ontken echter niet, dat de plaats naar de genietingen aldus is genoemd. Maar 't gemakkelijkst is het te denken, dat aan de plaats een naam is gegeven, om haar van andere te onderscheiden.

9. „De Heere God had doen uitspruitenDeze voortbrenging heeft betrekking op den derden dag der schepping. Maar voornamelijk verhaalt Mozes, dat die plaats bijzonder is verrijkt geweest met allerlei vruchtdragend geboomte, opdat die plaats eenen vollen en waarlijk gezegenden overvloed van alle dingen zou bezitten.

En dit is met opzet door den Heere gedaan, opdat de begeerlijkheid des menschen des te minder verontschuldiging zou hebben, zoo ze, ontevreden met zulk eenen bijzonderen overvloed van vruchten en zulk een genot en verscheidenheid, als hun ten deel viel, tegen het bevel Gods zich in het verderf stortten, gelijk geschied is. Met opzet verhaalt ook de Heilige Geest door Mozes, hoe groot de gelukstaat van Adam was, opdat het snoode van Zijne ongematigdheid des te duidelijker zou uitkomen, daar zulk een overvloed hem niet voldoende kon

Sluiten