Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„viraga". Toch moet worden opgemerkt, dat 't Hebreeuwsche woord niets anders beteekent dan „vrouw des mans".

24. Daarom zal verlaten. Men twijfelt, ofMozes God sprekende invoert, dan of hij Adams woorden voortzet, dan of hij dit volgens de taak van den leermeester voor eigen rekening er aan heeft toegevoegd. Het laatste draagt 't meest mijne goedkeuring weg. Nadat hij dus geschiedkundig heeft verhaald, wat door God was gedaan, toont hij ook het doel der goddelijke instelling aan. De hoofdsom is dat onder de graden van de menschelijke samenleving deze de voornaamste en als 't ware de meest heilige is, dat de man zijne vrouw aanhangt. En dit versterkt hij door de vergelijking er aan toe te voegen, dat de man zijne vrouw boven zijnen vader moet verkiezen. Er wordt gezegd, dat de vader moet verlaten worden, niet omdat het huwelijk de zonen van de vaders losmaakt, of andere banden der natuur opheft, want aldus zou God met zichzelven in strijd komen. Maar terwijl de liefde des zoons jegens zijnen vader hoog in eere te houden is, en op zichzelve onschendbaar en heilig moet geacht worden, zoo verklaart Mozes toch, dat het huwelijk zoo hoog staat, dat het minder geoorloofd is zijne vrouw dan zijne ouders te verlaten. Derhalve zij, die echtscheidingen zoo maar om kleine oorzaken toestaan, schenden in één stuk alle wetten der natuur, en maken ze tot niets. Is het scheiden van den vader en zoon zonde, het ontbinden van een band, dien de Heere boven alle andere heeft gesteld, is grootere zonde.

En zij znllen tot één vleesch zijn. Schoon de oude overzetter heeft vertaald „in één vleesch" toch is duidelijker, wat de Grieksche overzetters lezen : „die twee zullen tot één vleesch zijn", en zoo haalt ook Christus deze plaats aan : Math. 9 vs. 5. Hoewel nu van twee hier geene melding is, toch is in den zin niets dubbelzinnigs. Want hij had niet gezegd, dat God meer vrouwen aan éénen man heeft toebedeeld, maar ééne, en bij zijne algemeene stelling had hij 't woord „vrouw" in 't enkelvoudig getal gezet. De slotsom is dus, dat de huwelijksband bestaat tusschen twee, waaruit gemakkelijk blijkt, dat niets minder in overeenstemming is met de Goddelijke instelling dan de Polygamie. En als Christus, de willekeurige echtscheidingen der Joden afkeurende, de oorzaak er bijvoegt: „omdat het alzoo van den beginne niet is geweest," beveelt

Sluiten