Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij rijdt, Ps. 104 vs. 3, of liever, met ongelooflijke snelheid vliegt • maar zoo dikwijls 't Hem goeddunkt, gebruikt Hij zoowel de winden als andere schepselen boven de orde der natuur, naar Zijn wil.

Derhalve, wat Mozes hier zegt van den wind, beteekent m. i. dat een ongewoon en in 't oog vallend teeken der Goddelijke tegenwoordigheid is geopenbaard, om de gemoederen der eerste menschen geweldig te treffen. Dit tweede redmiddel, dat zij gaan vluchten, is niet beter dan het eerste ; want God weerhoudt de vluchtenden terstond enkel met zijne stem. Er is geschreven : „Waarheen zou ik vluchten voor Uw aangezicht ? Zoo ik al over de zee trok, zoo ik vleugelen aandeed en boven de wolken steeg, zoo ik al afdwaalde in de diepte der afgronden, Gij Heere, zijt overal." Dat dit waar is, bekennen allen, en toch houden wij intusschen niet op, ijdele uitvluchten te zoeken, en ons te verbeelden, dat enkele schaduwen uitnemende verdedigingsmiddelen zijn. Ook moet niet worden voorbij gezien, dat na ondervonden te hebben, dat weinige bladeren hem allerminst van nut waren, hij de toevlucht nam tot geheele boomen. Want aldus plegen wij, als ijdele uitvluchten zijn afgesneden, nieuwe verontschuldigingen te verzinnen, opdat die ons als eene dichtere schaduw zouden bedekken. Als Mozes zegt, dat Adam en Eva zich verbergden in het midden van 't geboomte van 't Paradijs, leg ik dit zoo uit, dat het enkelvoudig getal in plaats van het meervoudige is genomen, alsof Hij had gezegd : „tusschen de boomen".

9. En de Heere God riep Adam. Reeds waren zij verschrikt door Gods stem, en verwonderd lagen zij onder de boomen, totdat eene tweede stem tot hunne harten meer krachtig doordrong. Mozes zegt, dat Adam door den Heere werd geroepen. Was hij dan niet eer geroepen ? Jawel, maar dat was een verward geluid, dat nog geen kracht genoeg had om de consciënties te benauwen. Derhalve brengt God hem thans meer in de engte; en uit het dicht geboomte trekt God hem tegen zijn zin en tegenstribbelende te voorschijn. Op dezelfde wijze worden ook wij door Gods stem verschrikt, zoodra Zijne wet in in onze ooren klinkt; maar spoedig zoeken wij uitvluchten, totdat hij ons heftiger dringt, als schuldigen voor Zijne rechtbank te komen. Dit leven noemt Paulus dat der wet, wanneer deze, ons overtuigende van zonde, ons doodt. Want zoolang wij ons-

Sluiten