Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Somrrligen meenen, dat hij misleid is geweest, omdat hij geloofde dat Noach de Christus was, maar zij voeren daarvoor geenen geschikten grond aan. Meer waarschijnlijk is het, dat hij, wijl aangaande zijnen zoon iets groots beloofd was, zich niet heeft ingehouden, maar met de Godsspraak zijne eigene gedachten vermengd heeft, gelijk soms heiligen ook boven de mate der openbaring plegen uit te gaan. Zoo komt het, dat zij dan noch den hemel, noch de aarde raken.

32. Toen nu Noach vijfhonderd jaren oud was. Aangaande de vaderen, die Mozes tot hiertoe heeft vermeld, is 't niet gemakkelijk uit te vorschen of ze allen eerstgeborenen waren, want hij wilde alleen de onafgebroken voortduur der kerk vermelden. Toch kiest God, opdat de menschen zich door ijdel vertrouwen des vleesches niet zouden verheffen, dikwijls diegenen uit, die ten achter komen in de bedeeling der natuur. Of Mozes dus de lijst heeft vermeld van hen, die God boven anderen verkoor, of die om 't eerstgeboorterecht de hoogste plaats bekleeden onder hunne broederen, weet ik niet zeker, evenmin hoeveel kinderen ieder had. Wat Noach betreft, is 't genoegzaam zeker, dat hij niet meer dan drie zonen heeft gehad, en dit teekent Mozes meermalen met opzet aan, opdat wij zouden weten, dat zijn geheele huisgezin bewaard is. Overigens hebben zij het mis m. i., die meenen, dat op deze plaats Noachs kuischheid wordt vermeld, omdat hij gedurende bijna vijf eeuwen ongehuwd heeft geleefd. Want er wordt niet verhaald, dat hij toen eerst gehuwd is; zelfs niet eens in 't hoeveelste jaar zijns levens hij vader werd. Maar wijl eenvoudig de tijd wordt aangeduid, waarop Noach onderricht werd van den komenden zondvloed, zegt Mozes tegelijk er bij, dat hij ongeveer te dien tijde, vader geweest is van drie zonen; niet dat hij ze toen reeds had, maar omdat ze kort daarop geboren zijn. Dat hij meer dan vijf honderd jaren oud geweest is, voordat hen Sem geboren werd, zal blijken uit het elfde hoofdstuk ; over de twee anderen is niets met zekerheid bekend, dan dat Japheth de jongste was. Toch is het verwonderlijk, dat zoodra hij de vreeselijke tijding van den ondergang des menschelijken geslachts vernam, hij niet door groote droefheid verhinderd is in te gaan tot zijne vrouw; doch er behoorden eenige overblijfselen te zijn, omdat dat huisgezin bestemd was tot vernieuwing van de tweede wereld, Op welken tijd zijne zonen vrouwen heb-

Sluiten