Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dus in 't oog houden, dat het alleen de beloften Gods zijn, die ons levend maken, en elk onzer leden kracht geven, Gode te gehoorzamen. Zonder deze zijn wij niet alleen traag, maar bijna doodelijk verstijfd, zoodat noch de voeten noch de handen hun werk doen.

Daarom, zoo dikwijls wij kwijnen of niet zoo ijverig zijn tot het doen van goede werken als behoorlijk is, komen de beloften Gods ons te hulp, om ons van traagheid te genezen. Volgens Paulus getuigenis Coll. 1 vs. 5 is de liefde der heiligen krachtig, door de hoop, die in de hemelen is weggelegd. Zullen de geloovigen niet midden op den weg omkomen, zoo moeten zij noodzakelijk door het Woord Gods worden gesterkt, zoodat zij zeker zijn, dat ze niet in de lucht slaan, om een spreekwoord te gebruiken, maar rustende op de hun gegevene belofte, onbezorgd over de toekomst, God, die hen roept, volgen.

Het verband is dus zoo, dat God eerst zijnen knecht Noach onderricht, wat Hij wilde, dat hij zou doen, en nu met het oog op diens gehoorzaamheid verklaart, dat Hij niets te vergeefs van hem eischt. De hoofdsom toch van dit verbond, waarover Mozes spreekt, was, dat Noach ongedeerd zou blijven, al verging de geheele wereld door den zondvloed. Want er ligt eene stilzwijgende tegenstelling in, dat eerst de geheele wereld verworpen werd en de Heere daarna met Noach alleen zijn verbond wilde sluiten.En daarom moest Noach deze belofte ofditverbond gelijk eenen ijzeren muur, stellen tegen alle verschrikkingen des doods. Dit toch was Gods doel om door dit ééne woord het leven van den dood te scheiden. Het verbond nu wordt onder die voorwaarde met hem opgericht, dat zijn huisgezin ter wille van hem zou gespaard blijven, en ook redelooze dieren om een nieuwe wereld op te bouwen. Daarover echter ben ik van plan meer te zeggen bij hoofdstuk negen.

19. En van al wat leeft. Met dieren van alle vleesch bedoelt Hij van elke soort Twee aan twee, zegt Hij, niet omdat uit elke soort slechts één paar werd opgenomen in de ark, (want straks zullen wij zien, dat er drie paren geweest zijn, en één van de reine soorten bovendien, dat Noach later kon offeren) maar omdat hier slechts melding wordt gemaakt van het geslacht en het getal nog niet duidelijk wordt uitgedrukt. Alleen wordt gesproken van mannetjes en wijfjes, opdat Noach daaruit zou kunnen verstaan, dat de geheele wereld later zou hersteld worden.

Sluiten